Archieven: Eigenaars

<p>Beschrijving</p>
1897 Nieuwbouw van een serre tegen zuidgevel
1889 Sikko Berends Selhorst arts wonende te Franeker verklaard op 13-04-1889 te hebben overgedragen en verkocht aan mijn broeder Johannes Melius Selhorst arts vroeger te Makkum, een herenhuis met stal, wagenhuis, tuin en erf staande en gelegen op de hoek van de kerkstraat en breedeplaats in wijk TO 211 Kad. Nr. Sectie A 1988 voor de somma van fl. 5000,- te voldoen in goed gangbare nederlandsche munt naar de koers en gehalte van heden in termijnen van fl. 500,- jaarlijks voor het eerst op 12 mei 1889, het huis wordt aanvaard in de toestand waarin het zich nu bevindt met heerschende en lijdende erfdienstbaarheden, voor en nadelen rechten en mandeligheden, de kosten van deze koop en levering zijn voor de koper, de koper zal het perceel moeten verzekeren tegen brandschade bij een solide maatschappij.
1888 Sikko Berend Selhorst, arts, is op 14-09-1888 eigenaar
1883 Abraham Ferf, burgemeester
1878 Op maandag 30 september 1878 in het koffiehuis “De Nederlanden” aan de voorstraat te Franeker wordt bij openbare veiling te koop aangeboden door Lodewijk Petraeus kantoorbediende te Franeker als gelastigde van de heer Johannes Pieters Anema arts wonende te Scheveningen, een herenhuis met tuin staande en gelegen op de hoek van de breedeplaats en de kerkstraat in de wijk TO 111 te Franeker, Kad. Nr. Sectie A 1374, de koper van dit perceel zal de deur uitkomende op de plaats van de naasteleger op de dag der aanvaarding weg moeten nemen en de ontstaande ruimte met stenen dicht moeten metselen, ten tweede; een wagenhuis met een kamer ten westen, stalling, bleekveld en erf, staande en gelegen naast het vorige perceel aan de breedeplaats makende deel uit van van het kadastraal vermelde nr. 1374, zijnde dit perceel begerechtigd met een put massaal met de oostelijke naasteleger, de koper moet op de dag der aanvaardig van dit perceel de deur in de aanwezige kamer en uitgang hebbende in de vestibule van het westelijk perceel weg moeten nemen en de ontstaande ruimte met stenen dicht moeten metselen, ook zal hij gerechtigd zijn het deurtje van het secreet in de oostelijke muur aanwezig dicht maken, de kopers van beide percelen zullen een afscheiding der erven moeten maken met een stek of een muur en onderhouden vanaf de zuidoosthoek van de muur van het eerste perceel rechtdoor tot het stek ten oosten en dit alles op eigen kosten, de kopers zullen op de dag der aanvaarding op taxatie over moeten nemen en gelijk betalen, van het eerste perceel de tapijten in de voorkamer, de aanwezige glasgordijnen, de appel en aardappelbakken in de kelder, gasleidingen, zonneblinden, een badtoestel, de linnenbakken, mangel, twee losse deuren op de zolder aanwezig, de droogstokken met palen en een waterval, van het tweede perceel de glasgordijnen, de eetgereikast met de daarop staande stenen paarden, de kippenloop op het erf. Beide huizen moeten verzekerd zijn tegen brandschade, het eerste bod op het eerste perceel wordt gedaan door Pieter Jurjens Waardenburg koopman te Franeker met fl. 7500,- voor het tweede perceel wordt door Johannes Hibma koopman te Franeker een bod gedaan van fl. 2500,- , Op maandag 14 oktober 1878 ten huize van de logementhouder Lolcama aan de breedeplaats wordt het bod voor het eerste perceel van fl. 7500,- Pieter Jurjens Waardenburg, het bod op het tweede perceel van 3500,- door Johannes Hibma wordt afgedaan omdat de heer Petrus Lijcklama á Nijeholt, burgemeester van Franeker voor beide percelen een bod doet van fl. 11001,- wat niet meer verhoogt wordt en aldus geaccepteerd door verkopers, te betalen in klinkende en alhier gangbare munt of bankpapier op 1 mei 1879
1871 Op 20-05-1871 volgt afbraak en nieuwbouw van deftig herenhuis alsmede afbraak van de overdekte kolfbaanstaande achter het wagenhuis.
1871 Op maandag 2 januari 1871 in het koffiehuis “De Aardappelbeurs ” te Franeker wordt bij openbare veiling door Riemer van Althuis koffiehuishouder en Janke Jans Bakker te Franeker wegens aanhoudelijke ongesteldheid van den eigenaar en zijne vrouw, te koop aangeboden een dubbel woonhuis van ouds gerenommeerde en wel beklante koffiehuis en societeit “De Aardappelbeurs” genaamd zijnde een dubbel woonhuis met bleekveld, wagenhuis, stal en erf staande en gelegen aan de breedeplaats op de hoek van de kerkstraat in wijk TO 111 Kad. Nr. Sectie A 553 en 554, bestaande uit o.a. 4 behangen woonkamers, een keuken, een grote bovenzaal, een grote benedenzaal,ruime zolder, 2 putten, een regenwaterbak, grote schuur en bleek, uit een westelijk deel met bovenverdieping en daar achter gelegen grond, het oostelijk deel met zolder daar boven en achter gelegen grond en een houten schuur, de koper is verplicht de deur aanwezig op de bovenzaal waardoor ingang wordt verkregen tot de zolder van het oostelijk deel dicht te metselen tot genoegen van de koper van het oostelijk deel, de watersteen in het portaaltje tegenover de trap naast de bovenzaal aanwezig op te heffen en weg te nemen en mag hij aan de zijde van het oostelijk deel nimmer enige werken van welke aard dan ook aanleggen, de achterdeur met lichtscheppinge uitkomend op het oostelijk deel weg te nemen en dicht te metselen tot volkomen genoegen van de koper van dit deel, een stek te plaatsen tussen zijn gekochte en het oostelijk deel vanaf de hoek van de oostelijke muur tot aan de westelijke hoek van de aanwezige schuur van het oostelijk deel, het stek zal aan de vereisten volgens plaatselijk gebruik moeten voldoen en tussen de respectievelijk kopers van beide panden massaal in onderhoud zijn en moeten de palen daarvan geplaatst worden aan de westzijde, de muur dienende tot scheiding der beide percelen, blijft eigendom van het westelijk huis, maar moet voor zoverre het oostelijk huis in de lengte en hoogte tot aan het dak strekken en voor gemeenschappelijk kosten en onderhoud, de koper van het westelijk huis heeft geen recht om die muur af te breken en zal voorts de bestaande inbalking en uit ankering ten behoeve van het oostelijk huis moeten gedogen zoals het thans bestaat, als de koper van het oostelijk huis hoger wil doen optrekken zal hij tevens het recht van inbalking en uitankering voor zijn hogere verdieping in de muur hebben zoals de bouwing is aangegeven en zal de lengte van het thans bestaande oostelijk huis en bij verlenging van zijn huis de verdere lengte geheel voor eigen kosten en op zijn eigen grond moeten optrekken met in achtneming der plaatselijke gebruiken, de beide lichtscheppingen in de muur uitziende tegen het dak van het oostelijk pand zal de koper van het westelijk pand zal op verzoek van de koper van het oostelijk pand moeten uitbreken en dicht metselen en zal in de muur geen lichtscheppinge meer mogen maken, de koper van het oostelijk deel zal de deur aanwezig tussen de benedenzaal en de gang van het westelijk deel dicht moeten te metselen, het buffet weg te nemen en ook de opening daaruit dicht te metselen en de muur te bepleisteren, de ramen in de schuur uitziende op het erf van het westelijk deel weg te nemen en dicht te timmeren, mocht hij de schuur willen afbreken zal hij verplicht zijn op de plaats van de west schutting een staketten moeten plaatsen ter afscheiding der erven alles op eigen kosten doch zal het onderhoud van het staketten massaal zijn met de eigenaar van het westelijk deel en de palen moeten geplaatst worden aan de westkant, de koper van het oostelijk deel is gerechtigd zijn huis hoger op te trekken en de balken en ankers volgens de gevorderde bouworde te leggen in de oostelijke muur van het westelijk deel voor zolang het oostelijk huis strekt en de eigenaar van dit deel gerechtigd is om de thans in de muur aanwezige balken en ankers uit te houwen, deze muur is eigendom van de koper van het westelijk deel doch is de koper van het oostelijk deel verplicht de muur mede te onderhouden voor zo verre zijn gebouwde in hoogte tot aan het dak en in de thans bestaande lengte strekkende, de put en waterbak behoort bij het westelijk deel, beide delen hebben een vrije uit en ingang naar de kerkstraat over het erf van de zuidelijke eigenaar terwijl de deur aldaar massaal is met de oostelijke en zuidelijke naastelegers, de kopers van beide onderdelen zullen moeten overnemen de onderstellen, gasleidingen en gas ornamenten in het westelijk deel voor 70 gulden en de onderstellen, gasleidingen en gas ornamenten in het oostelijk deel voor 40 gulden en bij aanvaarden gelijk te betalen, de billarten en toebehoren, de banken, stoelen en tafels, het buffet met pendule en de verdere goederen behorende tot het koffiehuis zullen bij aanvaarding onder toezicht van de verkoper op taxatie over genomen moeten worden, het eerste bod op het westelijk deel wordt gedaan door de koopman Gelke Boskaze met fl. 3028,- en op het oostelijk deel de koopman Willem Mulder met fl. 1350,- beide tot Franeker. Op maandag 16 januari 1871 ten huize van het koffiehuis “De aardappelbeurs” te Franeker wordt het bod op het westelijk deel verhoogd tot fl. 3328,- door Ritske Offes Bottinga woonachtig te Leeuwarden en het bod op het oostelijk deel tot fl. 2000,- door Jan van Althuis kastelein woonachtig tot Midlum maar omdat beide bieders niet aanwezig zijn wordt de veiling uitgesteld tot maandag 30 januari 1871, in de dan gehouden veiling wordt bekend gemaakt dat de heer Jan Ensink handelaar te Franeker beide delen koopt voor de somma van fl.5994,- waarop de heer Jan Ensink verklaard het bod niet voor zichzelf heeft gedaan maar als gemachtigde van Johan Pieters Anema arts wonende te Franeker aan wie bij de finale verkoop de beide delen worden toegewezen.
1858 Jan de Jager zonder beroep verklaard op 01-11-1858 verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben aan Riemer van Althuis koffiehuishouder en Kanke Jans Bakker echtelieden binnen Franeker een huis met grote bovenzaal en kolfbaan, bleekveld en erf, staande en gelegen aan de breedeplaats tot Franeker in de wijk TO 111 Kad. Nr. Sectie A 553 en 554, begerechtigd met een put massaal met de naastelegers ten oosten en met een in en uitgang naar de kerkstraat met een hek naar het erf ten zuiden terwijl de deur aldaar massaal is met de oostelijke en zuidelijke naastelegers, zijnde het stek ten oosten mede massaal doch is het daar afgebakene ter bede geplaatst, het verkochte wordt over gedragen zo goed en kwaad het is met lusten en lasten, servituten, gerechtigheden en mandeligheden, de kopers zijn verplicht het pand tegen brandschade te verzekeren bij een solide maatschappij, de kosten van deze verkoop zijn voor rekening van de kopers, aldus verkocht en gegeven voor de somma van 6000,- nederlandsche guldens te betalen op 12 mei 1861.
1844 Jan de Jager, Herbergier
1830 Pietje Reinsma weduwe van Pieter Jans de Jager, Herbergiersche
1801 Pieter Klases de Jager, castelein en Pietje Jans Reinsma kopen op 25-09-1801 een huis, hof, wagenhuis en stalling, voorheen de ‘Fraterniteit’ genaamd, thans ’t Lands Welvaaren’ genaamd, bij de echtelieden kopers als huurders in gebruik tot 12 mei 1805, begerechtigd met een vrije uitgang in de kerkstraat en door een deur van het erf op de binnenplaats mandelig met het huis van de castelein Arend Mulder, de erven van Harm Jacobi en de erven van wijlen Theodorus van Esta mede in de kerkstraat uitkomende zijn de put mandelig met het huis van Arend Mulder, belast met het onderhoud van straat, wallen, bruggen, waterlozinge, riolen, muren, staketten en lantarengeld, de losse goederen welke in het verkochte gevonden zullen worden en daar aan toebehoord zal door de kopers overgenomen moeten worden voor de somma van 14 cg direct te betalen, aldus in koop bekomen van Tjeerd Banga en Pieter Adama als geauthoriseerde curatoren de verlaten boedel van Antje Pieters de Vries, weduwe van wijlen Douwe Harmanus Nota koopman binnen Franeker en Petrus Nota meerderjarige zoon van Douwe Nota, voor de somma van 1608 cg te betalen op 1 februari 1802 in klinkend alhier gangbaar geld.
1798 Janke Pieters de Vries, weduwe van Douwe Nota