Zerk 73
A-19-02-00201
Persoonsgegevens
| Familienaam | |
| Voornaam | |
| Patroniem | |
| Familierelatie | |
| Geboorte / doop | , |
| Burgerlijke staat | |
| Huwelijk | |
| Beroep | |
| Overleden |
Omschrijving
Zerk 73
Zerk 73 Bij deze zerk doet zich ten aanzien van het randschrift een eigenaardigheid voor. Van de meeste zerken zijn de letters van het randschrift zo geplaatst, dat de onderkant van de letters naar binnen is gekeerd en de bovenkant naar buiten. Hier is het net andersom, de bovenkant naar binnen en de onderkant naar … Zerk 73
Zerk 73
Zerk 73
Bij deze zerk doet zich ten aanzien van het randschrift een eigenaardigheid voor. Van de meeste zerken zijn de letters van het randschrift zo geplaatst, dat de onderkant van de letters naar binnen is gekeerd en de bovenkant naar buiten. Hier is het net andersom, de bovenkant naar binnen en de onderkant naar buiten. De ruimte voor het randschrift is maar voor de helft gebruikt. Er is geen tekst weggehaald of afgesleten.
Het randschrift is:
Ao 1690 de 27 octobr Sterf Juffrouw Maria Pipinga Huisvrouw
van de Heer Professor Phosiledes out 72 Iaren en leit hier
begraven
Op het middenvlak staat:
SPECTATOR
………….. apicntiam Virtutem glori
…………. haec pauca te fcire vult
……….. TER
…………. natus CI) I) LXXXVII:lite=
rarum ……………& tenta divina apprimè
…….. Holwardi. v. Franekerae, XXXI
………… avit, facrique ministerii
……)I)CL laborum periodum
………..HIUS
………….Holwarda, natus Holwar=
……….III funus in Phil & Med.
……. Franeckerae un decim Ultra
……Philosophia publice Traditis; XI
……..intatum pofuit
….interea
……………Habuit Pietas victuna
……………………..
………..onati Clauditur Hoc
……………..
Boven de half afgesleten tekst is in een liggende rechthoek fraai beeldhouwwerk aangebracht. In een diagonale positie is links een meisje dat met opgeheven arm een driehoekmeter in de hand vasthoud en rechts een jongetje dat met opgeheven arm een boek vasthoud, afgebeeld. Beide kinderen leunen op een eveneens diagonaal geplaatste ovaal waarvan de linker met een lauwertak is versierd en de rechter is versierd met een ooievaar die op een boek staat en een boek boven zijn kop heeft.
Omdat, zoals wel vaker te zien is, de tekst van het randschrift door de steenhouwer niet juist en compleet is weergegeven, is enig zoeken in archieven noodzakelijk om de juiste namen en gegevens over de desbetreffende persoon te vinden. In dit geval gaat het in het randschrift over Maijcke Wijbes Pybingha, de vrouw van Johannes Phocylides Holwarda.
Door slijtage is de tekst op het middenvlak niet compleet, maar het betreft vermoedelijk het overlijden van Johannes Phocylides Holwarda en mogelijk zijn vader Focco Johannes Holwarda. Zeker is het niet omdat het jaartal 1587 enige vraagtekens oproept, evenals de datum 31. Maar uit de gebrekkige tekst is op te maken dat er gesproken wordt van een ziekte periode, studierichtingen en publicaties, die alleen maar op Johannes Phocylides van toepassing kunnen zijn. Het eerste gedeelte gaat waarschijnlijk over zijn vader.
Johannes werd op 19 februari 1618 te Holwerd geboren als Jan Fokkeszn, een zoon van Fokke Jans en Magdalena Willems. Zijn vader was predikant te Holwert, maar vertrok spoedig na de geboorte van Jan naar Franeker.
Johannes bleek een begaafd leerling te zijn en al op de Latijnse school, waar hij les kreeg van Vibrandus Revius, viel zijn talent op.
Op 26 april 1632 werd Johannes als student talen en filosofie aan de academie te Franeker ingeschreven. Naast deze studie bleek hij vooral interesse en aanleg te hebben voor wis- en sterrenkunde.
Op 30 november 1637 promoveerde hij tot Magister Artium ( meester in de vrije kunsten) en op 19 augustus 1640 tot doctor in de medicijnen. Op 29 augustus 1639 werd hij buitengewoon hoogleraar in de logica als opvolger van professor van Dam. Op 5 maart 1647 werd hij gewoon hoogleraar in de filosofie.
Ondanks zijn verschillende studierichtingen, heeft Johannes vooral naam gemaakt met zijn kennis van de astronomie. Van zijn hand verschenen diverse publicaties over astronomie zoals; Dissertatio astronomica in 1640 en zijn boek Sebastiaen Franck wereltspiegel dat in 1642 verscheen en de werelddelen geografisch beschrijft. Het boek telde maar liefst 652 pagina’s. Hij was ook de eerste professor in Franeker die in gewoon nederlans een boek schreef over astronomie voor schippers en stuurlieden: Friesche sterrekonst, ofte een korte doch volmaeckte astronomia, vijt eijgene speculatien uijtgewerckt. Hij was de ontdekker van de variabiliteit van de ster Mira Ceti uit het sterrebeeld de walvis
Een half jaar na zijn dood verscheen van hem: Philosophia naturalis, gepubliceerd door zijn leerling Nicolaus Amama. Ondanks dat hij uit een sterk geslacht kwam, zijn vader werd 63 jaar en zijn grootvader 99, stierf Johannes erg jong, nl op 22 januari 1651 aan de tering. Hij werd 33 jaar. Vier zoontjes stierven voor zijn overlijden, alleen zijn vrouw Maijcke Wijbes Pybingha, waarmee Johannes op 19 mei 1643 was getrouwd en zijn dochter overleefden hem. De dochter overleed in 1687 en zijn vrouw op 27 october 1690.
Dat vele collega’s en vrienden van Johannes hem erg waardeerden en veel respect voor zijn kennis hadden, mag blijken uit een rouwgedicht dat werd uitgegeven onder de titel: ” De onrype Doodt van den Hooch-geleerden, Wijt vermaarden en kloeck-sinnigen Heere Johannes Phocylides Holwarda.”
” Hier leyt dat Hooch-verstant ten toppunt op geheven
Van boecken vol-gepropt en van geleertheyts-leven
Wat onder veele was, en onder haar gemeen,
Was in dit kleyne-rond geschakeld onder-een”
Foto van de Zerk: Gea Neijsen, Franeker Fotoclub “De Zoeker”

