Zerk 49
A-19-02-00201
Persoonsgegevens
| Familienaam | |
| Voornaam | |
| Patroniem | |
| Familierelatie | |
| Geboorte / doop | , |
| Burgerlijke staat | |
| Huwelijk | |
| Beroep | |
| Overleden |
Omschrijving
Zerk 49
Zerk 49 De tegen de muur staande zerk is een z.g. Rode Bremerzerk. Zo genoemd omdat de uitvoerhaven van deze steen de stad Bremen was. De rode kleur is het gevolg van veel ijzer in deze natuursteen. Dit soort steen werd vooral in de 15de eeuw gebruikt, maar na ca. 1500 nam het gebruik sterk … Zerk 49
Zerk 49
Zerk 49
De tegen de muur staande zerk is een z.g. Rode Bremerzerk. Zo genoemd omdat de uitvoerhaven van deze steen de stad Bremen was. De rode kleur is het gevolg van veel ijzer in deze natuursteen. Dit soort steen werd vooral in de 15de eeuw gebruikt, maar na ca. 1500 nam het gebruik sterk af. Opvallend is dat drie zijkanten van deze zerk bewerkt zijn.
De tekst op het middenvlak is:
D. O. M. S.
Douuo a Syaerda Senoir exuntie qua
Frisiae nobilitatie oriundus a brabantrae
Duce Equestri dignitate ornatusac
a Frederico Mo Imp. Dynasta Westergoae
per publicum diploma declaratus
hic quiescit, qiu vivus quiescit nunquam,
Obiit Anno 1482
Cura Nob. Dni. Ruardi a Juckema
Anno 1626
Vertaling:
Douwe van Sjaerdema, Friese Edelman afstammeling van een Brabantse Hertog met ridderlijke waardigheid bekleed en bij open brief door Keizer Frederik aangesteld tot landsvoogd van Westergo. Hij die bij zijn leven nimmer gerust heeft, rust hier. Gestorven in den jare 1482 Door de zorg van Ruurd van Juckema is deze steen geplaatst in het jaar 1626.
D.O.M.S. betekent: Deus Omnium Magister Supremus. (God, opperste meester van alles).
Bovenkant van zerk: twee mannenschilden (Sjaerdema) onder aanziende gekroonde helm met helmteken uitkomende omgewende leeuw tussen opgehangen doodsbeenderen en boven doodshoofden. Onder: de wapens van Juckema, een halve adelaar met boven een ster en onder een roos, (Camminga). Het helmteken van Juckema is een uitkomende vrouw met in haar rechterhand een takje met twee rozen.
Deze zerk is vervaardigd door Vincent Lucas, die in Franeker heeft gewoond en gewerkt.
Er is met deze zerk iets merkwaardigs aan de hand. Drie zijkanten zijn bewerkt. Twee zijkanten zijn half rond gemaakt en een is schuin aflopend. De oorzaak is dat deze zerk eerder gebruikt is als deksel voor een sacrofaag waarin de doden werden begraven, ( zie inleiding).
Een ander gegeven is dat deze zerk eerder is gebruikt voor ……………….. en dat de oorspronkelijke zerk van Douwe van Sjaerdema later is gebruikt voor het echtpaar Duco van Burmania en Edwer van Juckema. Edwer was een dochter van de burgemeester Epo Jacobus van Juckema. Zijn zoon Ruurd liet in 1626 de zerk voor Douwe maken.
Douwe van Sjaerdema was een zoon van Tjaert van Aijlva en Swob Juwsma. Douwe huwde in 1423 met de enige dochter van Sicke Sjaerdema en Both Hobbema, Edwer Sjaerdema. De zoon van dit echtpaar was in 1421 op 12 jarige leeftijd te Groningen overleden als gevolg van een gijzeling door de vetkopers die een twist hadden met Sicke die hoofdman van de Schieringers was. Sicke overleed in 1422. Het geslacht Sjaerdema was door de dood van de zoon in de mannelijke lijn uitgestorven. Maar op verzoek van Both Hobbema nam Douwe na zijn huwelijk de familienaam Sjaerdema aan. Iets wat wel vaker in die tijd gebeurde. Douwe bleek een goed opvolger van Sicke te zijn en zijn macht en kennis groeiden snel. Verval en een noodweer maakten van hun kasteel ten oosten van Franeker een onveilige woonplaats wat Douwe in 1445 deed besluiten om naar een veiliger woonoord uit te zien.
In 1449 kwam het later zo bekend en geroemd Sjaerdemaslot in Franeker gereed. Van hieruit regeerde Douwe met strakke hand Westergo. Als blijk van de medewerking van de bevolking van de stad Franeker bij het bouwen van het slot, liet hij in de kerktoren van de Martinikerk, die hij gelijk met de bouw van het slot met 150 voet liet verhogen, een grote klok plaatsen. (Op de klok staat tekst waarin dit feit wordt beschreven:
“In dien tiden en hadde Douwe Tiaerd Soen Aielva, Sicka Sciarda dochter Edewaer, die goed, tot enen wive.)
In 1462 werd Douwe door Keizer Frederick opperheer van Friesland, benoemd tot baanderheer van Westergo wat Douwe het recht gaf om in Franeker en omgeving, Harlingen en het Bildt recht te spreken over burgers en edelen. Tevens werd hij belast met de opdracht om een raad van twaalf rechters samen te stellen om de orde in het district Zevenwouden te handhaven. Op 23 december 1464 werd Douwe bij oorkonde van Keizer Frederick door Johann von Schauwberg in de ridderstand verheven. In 1448 werd hij grietman van Franeker en in 1462 stelde hij de statuten van de schutterij op. Door de strijd tegen steden en edelen moe geworden, stierf Douwe op Sint Jansdag in 1481. Edwer stierf in 1510 en werd bij haar moeder, Both Hobbema, in de Martinikerk begraven. (zerk 315, op het koor)
Douwe en Edwer hadden twee zonen, Sicke en Tjaert, en één dochter, Swob.
Sicke huwde in …. met Luts Juwsdr van Harinxma. Tjaert huwde in …. met Katrijn Feijesdr van Harinxma thoe Sloten. Swob huwde in …. met Jarich van Hottinga.

