Archieven: Eigenaars

<p>Beschrijving</p>
1910 Nieuwbouw schuurtje op achtererf
1906 Afbraak en nieuwbouw van woning met bovenverdieping. Voorgevel zeer fraai uitgevoerd met diverse ornamenten
1906 Pieter Du Bois, timmerman en aannemer koopt op 24-03-1906 een huis met erf voor fl. 600,- van Ouwe van der Veen
1878 Ouwe van der Veen, bakker
1877 Stijntje Witmarsum, weduwe van Job Reverda
1862 Verkoop deel erf aan Jacob Brugsma
1861 Job Reverda, wolkammersknecht koopt op 25-02-1861 een huis met erf voor fl. 750,- van Anne Gerardus Keijzer
1855 Anne Gerardus Keijzer, timmerman koopt op 24-12-1855 een huis met erf voor fl. 700,- van Cornelis Piersma
1854 Cornelis Piersma, bediende koopt op 02-01-1854 een huis met bleekveld, tuin en erf voor fl.
1824 Jurjen Baukes Kuurstra, metselaar koopt op 15-03-1824 een huis met tuin voor fl. 222,- van Lieuwe Wietzes Vlietstra
1802 Wietze Lieuwes Vlietstra, koopman op het vliet, koopt op 19-01-1802 een huis en tuin staande en gelegen bij de kerkstraatbrug binnen Franeker, bij de hovenier Jan Wiebrens Tuinstra bewoond tot 12 mei 1802, belast met een aandeel in het onderhoud van de perk en kerkstraatbrug en straat en wallen en stekken, de losse goederen zullen een week na de finale palmslag op taxatie over worden en gelijk in klinkende munt betaald moeten worden, aldus in koop bekomen van Jan Piebes Piebenga, Mr. timmerman voor de somma van 145 cg te betalen in vrij geld en goed gangbare klinkende munten in twee termijnen op 1 februari en 12 mei 1802.
1800 Jan Piebes Piebenga, Mr. timmerman, koopt op 20-04-1800 een deftig huis en tuin staande bij de kerkstraatbrug, tot 12 mei 1800 in huur bij Douwe Jacobs voor 42 cg jaarlijks, belast met een aandeel in het onderhoud van de perk en kerkstraatbrug en straat en wallen en stekken, de losse goederen bij dit huis en de tuin behorende zullen in onpartijdige taxatie door twee deskundigen een door de koper en een door de verkoper te kiezen persoon over genomen moeten worden, aldus in koop bekomen van Jan Hosveld, Mr. paruikmaker voor de somma van 145 gg en 21 stuivers te betalen in twee termijnen op 12 mei en 12 november 1800 in vrij geld en klinkende goed gangbare munten, de koper zal boven de koopschat moeten betalen 40 stuivers en 6 penningen zijnde de kosten na de finale palmslag voor het schrijven van de koop en reversaalbrief en de daarbij behorende zegels.