1879 Sjoerd Ulbes Hannema, poldermolenmaker
Archieven: Eigenaars
1873 Pier Tiemersma, boer te Lollum koopt op 27-01-1873 een huis met erf voor fl. 1736, – van Harmen Jans van der Schaaf
1850 Afbraak timmerwerkplaats en opslagschuur
1821 Bouw van timmerwerkplaats en opslagschuur op het achtererf
1817 Harmen Jans van der Schaaf, timmerman koopt 08-09-1817 een huis, bleekveld en hofje staande tussen de kerkstraatbrug en Caldenbachs bruggetje wijk to 60, bij Bernardus Wolbatus bewoond, het huis bestaande uit een voorhuis, voorkamer, kelder, achterkamer, zolder en vliering alsmede een regenwaterbak en put, voor fl. 148,- van Gerlofke Adama
1811 Gerlofke Adama, weduwe van Jetze de Vries
1808 Jetze Jetzes de Vries, brandewijnkoopman koopt op 25-06-1808 een huis met erf, staande in het nieuwe hof, in overleg en toestemming van de gecommiteerden uit de gemeente der stad Franeker en met consent van de heer landdrost van Friesland, bij Jan Wiebrens bewoond, de losse goederen versmelten in de koop, voor de somma van 362 cg te betalen in alhier gangbaar grof zilvergeld in een termijn voor of op 1 januari 1809.
1797 Beneden voor en achterhuis verbouwd tot kazerne
1789 Cornelis Scheltema, secretaris, koopt op 20-07-1789 namens de stad Franeker een deftig huis met hof, staande en gelegen op het Nieuwe Hof, van Wiebe Andries, trekschipper van Franeker op Leeuwarden visa versa en Everwijnus Drabbe als curatoren over de nagelaten kinderen van wijlen Feitze Pieters en Minke Jochums in die tijd echtelieden, bij Minke Jochums met de dood ontruimt, voor de somma van 320 gg.
1786 Minke Jochums weduwe van Feitze Pieters, Mr. verver en glazemaker, koopt op 03-04-1786 een helft van een huis, staande en gelegen aan het Nieuwe hof tussen mevrouw Schrader en de fiscaal Hilarius, bij de kopersche bewoond en behoort de wederhelft reeds toe, de koperse zal de losse goederen op taxatie over moeten nemen, aldus in koop bekomen van Geertje Sijbrands van der Meulen gesterkt met haar man Siebren Klases Bakker, koopman te Tzum voor de somma van 80 gg te betalen in twee termijnen op 1 mei en 1 november 1786 in baar geld en klinkende munt.
1778 Feitze Pieters mr verver en glasmaker en Minke Jochums echtelieden tot Franeker, kopen op 04-12-1778 een gerechte helft van een deftig huis met 2 benedenkamers, keuken, 1 bovenkamer, put, bak en verdere gerieflijkheden en met hof en tuin, staande en gelegen in het Nieuwe Hof, bij Neeltje van der Ploeg bewoond geweest, de wederhelft in eigendom bij de koopman Siebren Klases Bakker, de koper zal de helft van de losse goederen op taxatie over moeten nemen, en gelijk te betalen in vrij geld, alsmede de raampjes en het vensterbord, aldus in koop bekomen van Antje Pieters huisvrouw van Schelte Rinnerts als erfgenaam van wijlen haar zoon Harmen Willems Gruijsma in leven Mr. Verver en glasmaker, voor de ene helft en Neeltje van der Ploeg weduwe van Harmen Willems Gruijsma, voor de wederhelft en alzo tezamen voor de somma van 225 gg en 20 stuivers te voldoen en betalen in baar geld en klinkende munten bij het tekenen der koopbrief.
1778 Harmen Willems Gruijsma mr. verver en glasmaker en Neeltje van der Ploeg echtelieden binnen Franeker, kopen op 11-02-1778 een gerechte helft van een deftig huis en hof, staande en gelegen in het nieuwe hof, bij wijlen Jan Olpherts weduwe, Wietske Dideriks als mede eigenaar bewoond geweest, de wederhelf behorende aan Siebren Klases bakker, koopman te Tzum, de losse goederen als standers, bedplanken, borden, kruien, haardijzers etc. zullen op taxatie moeten worden overgenomen, aldus in koop bekomen van Nicolaas Scheltema en de procureur fiscaal Pieter Hilarius notariele last en procuratie hebbende van de gezamelijke erfgenamen van wijlen Wietske Dideriks weduwe van Jan Olpherts voor de somma van 280 gg te betalen in baar geld en klinkende munt in twee termijnen op 12 februari en 12 mei 1778.* Harmen verongelukt op 22-11-1778 met zijn koetsje op weg naar Bolsward. Erfgenamen zijn vrouw Neeltje van der Ploeg en zijn moeder Antje Pieters