Archieven: Eigenaars

<p>Beschrijving</p>
1911 Pieter Du Bois, timmerman koopt op 16-10-1911 een huis voor fl. 1662,- van Antonius Koster
1908 Antonius Koster, koopman koopt op 23-11-1908 een huis voor fl. 1570,- van Ouwe van der Veen directeur der onderlinge levensverzekering maatschappij “helpt elkander” te Rotterdam en Jan Drager beide wonende te Rotterdam.
1882 Verbouw van achtergevel
1881 De Afdeeling Franeker van het Nederlandsche werkliedenverbond “Patrimonium” koopt op 28-05-1881 een huis voor fl. 2600,- van Ouwe van der Veen banketbakker en Jan Drager winkelier beide woonachtig te Franeker. Het bestuur bestaande uit Johannes Ras, bakkersknecht, Harmen Sinnema, timmerknecht, Harmen Munsterrman, timmerknecht, Jan Hamstra, koopman, Klaas Jansma, ovenknecht, Hendrik Ras, bakker en Jacob Steinfort, bibliothecaris.
1881 Ouwe van der Veen, baketbakker
1871 Hubert Nauta, hoofdonderwijzer koopt op 15-03-1871 een huis met erf voor fl. 2300,- van Yme Ottes Faber
1868 Yme Ottes Faber, kassier te Harlingen koop op16-03-1868 een huis met erf voor fl. 1785,- van Maurits Ernst van Delden, doopsgezinde leraar/predikant en Reinier Lammerts van Bueren
1812 Doopsgezinde gemeente
1812 Klaas Jacobus Overbeek, leraar doopsgezinde gemeente
1802 Bernardus Cremers, leraar des Doopsgezinde gemeente, koopt op 01-05-1802 een huis en hof, staande en gelegen in het nieuwe hof, bij Tetje Andries de Kok weduwe van procureur Pieter Hilarius bewoond, bezwaart met het onderhoud van straat, bruggen, wallen, staketten en waterlozinge, aldus in koop bekomen van Rinze Siccama, lieutenant ter zee voor de somma van 700 cg te betalen in hier gangbaar geld en klinkende munten in twee termijnen op 12 mei en 12 november 1802, de losse goederen zullen op taxatie over genomen moeten worden en gelijk betaald bij het tekenen der koopbrief.
1802 Rinze Siccama, lieutenant ter zee, koopt op 19-03-1802 een huis en hof van Tetje Andries de Kok, weduwe van Pieter Hilarius, procureur fiscaal, bij verkopersche bewoond, bezwaart met het onderhoud van straat, bruggen, wallen, staketten en waterlozinge, aldus bij publieke veiling gekocht voor de somma van 675 cg te betalen in hier gangbaar gelden klinkende munten in twee termijnen op 12 mei en 12 november 1802. De kosten van het proclameren, schrijven der brieven met landszegels en de verteringen gedaan ter herberg de Valk komen voor de koper en zullen direct na de finale palmslag betaald moeten worden.
1800 Tetje Andries de Kok, weduwe van Pieter Hilarius, procureur