1783 Pieter Sieswerda, koopman en Lydia Ringers
Archieven: Eigenaars
1780 Jacobus Ruitenbach, opzichter lands werken
1745 Sijbren Sijbrens van der Meulen, mr verver en glasmaker en Simkje Jacobs Piebenga
1739 Simkje Jacobs Piebenga weduwe van Douwe Anes
1728 Hans Gonggrijp tot Franeker als curator over de persoon en goederen van Geertje Jacobs een nagelaten dochter van Jacob Harmens en Aafke Sjoerds in de echt verwekt als universele erfgename van wijlen haar moeder Geertje Harkes in leven huisvrouw van wijlen Hendrik Hendriks Jonker voor de ene helft en Wiebe Andries en Tjeerd Sietzes burgers kooplieden binnen Franeker als executeurs administratoren over de goederen en nalatenschap van wijlen Hendrik Hendriks Jonker om na gedane scheiding uit te keren aan naaste bloedverwant van Hendrik volgens testamentaire dispositie door Hendrik Hendriks Jonker en Geertje Harkes in leven echtelieden tot Franeker opgesteld op 31-10-1723, voor de andere helft zo met elkander voor het geheel om tot beter en correcter tot zaken en onderscheidinge te komen van de boedel en nalatenschap van Hendrik Hendriks Jonker en zijn vrouw Geertje Harkes, onverdeeld geprofiteerd kan worden, alzo bekennen en verklaren op 13-12-1728 in qualiteit publiekelijk en bij strijkgeld verkocht en in eigendom overgedragen te hebben aan Douwe Anes burger sergeant en mr schoenmaker tot Franeker en Liesbeth Tjallings echtelieden alhier ter steden, een huis cum annexis, vanouds “De zwarte Raven” genoemd, staande en gelegen aan de noorkant van de dijkstraat, laatst bij Hendrik Hendriks Jonker bewoont als eigenaar en met de dood ontruimt, de losse goederen als staande en liggende haardplaten, spijskamer en schoorsteenborden, bedsplanken, belast met 21 stuivers jaarlijkse grondpacht, hebbende een vrije opslag op de wal met het huis de Roskam door de steeg en de plaats achter dit huis welke steeg gezamelijk moet worden onderhouden alsmede het riool en de waterlozinge naar het diept, aldus verkocht en geven voor de somma van 300 gg te betalen in baar geld en zilveren klinkende munten in twee termijnen op 12 mei 1729 en 1730. De kosten gemaakt voor het proclameren, het schrijven van de koopbrief, het plakken van de plakaten, het verzenden en de zegels, de trommelslagen en de verteringen in de herberg zijnde 11cg 10stuivers en 4 penningen, komen voor de verkopers.
1728 Geertje Harkes Harkema, weduwe van Hendrik Hendriks Jonker
1699 Deftig woonhuis, vanouds Zwarte Raven genaamd
1699 Hendrik Hendriks Jonker, herbergier en brouwer word op 24-11-1699 genoemd als eigenaar
1784 Sipke Sipkes Adama en Christina Osse echtelieden binnen Franeker kopen op 06-01-1784 een buitengewoon groot, sterk en wel betimmert huis, koetshuis, paardestalling, knechtshuis en een groot hof, staande en gelegen aan de stadsplaats tot Franeker, tegenwoordig bij de verkopers bewoond en gebruikt doch op 12 mei 1784 vrij te aanvaarden, begerechtigd met een stem in het Sjaerdemaleen per qouta de zwanenjacht, het huis bestaat uit twaalf kamers waarvan twee ongemeen groot zijn met ieder twee grote haardsteden, hebbende rondom een zeer vermakkelijk uitzicht en een linnenzolder over het gansche huis, verders twee turfzolders, twee extra grote gewelfde kelders, een van oudsher aangelegd klein keldertje met doorgang naar elders, een grote keuken met een marmeren plaat, een grote tinkast en vereijschte commode tussen de kleine keuken met vuurstoofen, een regenwaterpomp met koperen kranen, een waschhuis met haardstede, plaats en bleek, een put met pomp op de plaats bij de keuken en verdere commoditeiten als een extra grote regenwaterbak, een schone grote bloementuin met een partere in welke de twee grote kamers haar uitzicht hebben, een gevloerde plaats rond de halve bloementuin, daarachter een groot en ruim koetshuis of wagenhuis en een stal voor vier paarden waarin een put met pomp, boven het koetshuis een grote hooizolder, naast de stal een knechtswoning met twee kamers en nog een kleine kamer met drie bedsteden, daarboven een turfzolder, verders een doorgang met een groot portaal en deur aan de straat, achter de stal een grote swindersplaats met een aschbak en ook een deur in de kerkstraat uitkomende, een zeer groot hof met allerfijnste boomvruchten, in de tuin een gemetseld zomerhuis, hebbende twee meest nieuwe gemetselde muren aan de stadsplaats in de kerkstraat, doch den ene muur ten noorden tegenover de herberg De Valck behoort de stad Franeker, de palen welke staan op het erf van de secretaris Martinus Meill, tot afhoudinge van de muur zijn aldaar precario volgens acte daar af zijnde, bij de koop inbegrepen zijn de spiegels in vergulde lijsten boven de schoorsteenhaarden, het goudleren behang in de twee grote kamers, doch de girandes aan de schoorstenen blijven eigendom van de verkopers,verders zullen alle losse goederen die aan de huizinge behoren op taxatie van twee onpartijdige personen moeten worden overgenomen en ontvangen, belast met actien, servituten, voorrechten en gerechtigheden zo en als de verkopers heeft toebehoord, aldus in koop bekomen van de weledele vrouwe Henrietta Wilhelmina Brockes- Muys en de wel edele gestrenge heer Joachim Wilhelmus Brockes voor de somma van 5215 gg en 7 stuivers te betalen in baar geld en klinkende munt zonder landschaps obligatien op 1 februari 1784 2000 cg en de resterende koopschat van 5301 cg op 12 mei 1784.
1771 Joachim Wilhelmus Brockes, advocaat en Henrietta Wilhelmina Brockes- Muijs
1744 Margaretha van Ruiven, weduwe van Wyer Willem Muijs
1723 de heer Wijero Guliemo Muys lid van de raad van hare hoogheit mevrouw de princesse van Oranje Nassau en mevrouw Margaretha van Ruiven echtelieden binnen Franeker kopen op 17-09-1723 een heerlijk en voortreffelijk groot huis met schuur, hof met bomen en planten, put, regenwaterbak en ledig plaatsje en met twee sloten en stekkage gesepareert dat door verkopers tot 15 september 1723 in eigendom is bewoond en gebruikt, staande en gelegen aan de stads plaats tot Franeker, de ringmuur tussen dit huis en de erven van wijlen de vroedsman Langewolt welke de stad Franeker toebehoort, begerechtigd met een stem in het sjaardemaleen en het recht van zwanenjacht, de bewoners van het huis van wijlen Langewolt mogen geen lichtschepping op de plaats maken dan met consent, bezwaart met het onderhoud van muren stekkagie, waterlozingeen riolen, aldus in koop bekomen van de heer Johan Ortwijnus Westerbergh J.U. doctor en beroepen aan de universiteit van Leiden en Anna Geertruida de Wit echtelieden thans nog wonende te Franeker voor de somma van 3600 cg daar bij inbegrepen de nieuwe behangsels, kast op de zolder, staande en liggende haardijzers gerekent op 350 cg doende te betalen in baar geld en klinkende munt in een termijn bij het tekenen de koopbrief op 3 oktober 1723.