1738 Sijpert Jetzes procureur en schooldienaar te Ried en Ytje Douwes Nedem echtelieden tot Ried, kopen op 18-04-1738 een heerlijk huis met hof daarachter, staande en gelegen in het nieuwe hof, wordende bij de juffrouw Elida van der Leij weduwe van de predikant Petrus Johannes Olthof als huurster bewoond, belast met lantarengeld, het huis heeft een mandelige steeg met het huis ten oosten en noorden welke gezamelijk moet worden onderhouden alsmede alle staketten ten noorden en quoteel de lijnbaanbrug, aldus in koop bekomen van Gerrit Leeuw, veerschipper van Amsterdam naar Haarlem als voogd over zijn huisvrouw Hendrica Staverman woonachtig te Amsterdam voor de ene helft en voorts als gelastigde van Hendrik Staverman oud burgemeester van Delden in Twente alles volgens procuratie van 5 februari 1737 allen tezamen erfgenamen van Nicolaus Weslingius, emeritus predikant tot Franeker reeds overleden, voor de somma van 600 cg te betalen gelijk bij aanvaarden in baar geld en klinkende munten.
Archieven: Eigenaars
1735 Nicolaus Weslingius gewezen predikant tot Zweins en Peins docht thans emeritus woonachtig tot Franeker, koopt op 16-04-1735 een heerlijk huis met hof daar achter, staande en gelegen in het nieuwe hof, bij Freerk Jacobs cum uxore bewoond, hebbende een mandelige steeg ten oosten met de naastelegers oost en noord, alsmede het onderhoud van de steeg voor een derde part, belast met het onderhoud van de lijnbaanbrug alsmede het gehele onderhoud van de staketten ten oosten en de muur ten westen en de staketten ten noorden ieder voor de helft met de naastelegers, aldus in koop bekomen van de juffrouw Hillegonde Cuniera Lomars weduwe van wijlen de heer Tobias Gudberleth voor de somma van 500 cg te betalen in baar geld en klinkende munten gelijk bij het passeren der koopbrief op 12 mei 1735.
1717 Juffrouw Berber Gudberleth
1708 Hendrikus Dionisius Lomars, vroedsman en Anna de Graaf
1670 Nieuwbouw van deftig huis met hof
1670 Petrus Nathanael Lomars
1794 Afbraak kamerwoning op achtererf
1819 Klaaske Greults van der Voeg huisvrouw van Edsger Aants Mud schipper zonder vaste woonplaats
1791 Greult Wietzes van der Voeg, mr metselaar en Geertje Klases kopen op 02-12-1791 een deftig huis met hof en kamerwoning op achtererf, staande en gelegen achter het Nieuwe hof, bij verkopers bewoond en vanaf 12 mei 1792 vrij van inwoning, de losse goederen zullen in de koop versmelten, belast met het onderhoud van straten, wallen, bruggen en pijpen, waterlozinge, riolen, muren en staketten en lantarengeld, aldus in koop bekomen van Hendrik Harmens, Mr. loodgieter en Doetje Pieters echtelieden woonachtig te Franeker voor de somma van 350 cg te betalen in klinkend geld in een termijn bij het tekenen der koopbrief op 12 mei 1792
1785 Men laat op 25-11-1785 een ieder weten dat de oud burgemeester Adam Lentz en Dr. Everwijnus Drabbe, advocaat voor den Hove van Friesland in qualiteit als curatoren over de nagelaten kinderen van wijlen Hendrik Minnema en Titia Ens, bij decreet van het wel edele gerecht der stad Franeker eerstelijk bij het uitgaan der laatst brandende kaars en daarna bij het ligten der zegels uit den wasse aan de meest biedende zullen verkopen een deftig huis cum annexis staande en gelegen in het nieuwe hof op de hoek van de lijnbaansteeg, bij Jan Keizer, hovenier cum uxore bewoond, op 20 januari 1786 is het hoogste bod van Hendrik Harmens Lodema mr loodgieter zegge 225 gg.
1774 Hendrik Minnema, koopman, koopt op 18-11-1774 een deftig huis met kamerwoning op achtererf, staande en gelegen in het Nieuwe Hof, thans bij burgemeester Pier Hessels Dijkstra bewoond, aldus in koop bekomen van Feico Lemkema, mede vroedsman der stede Franeker voor de somma van 438 gg en 21 stuivers te voldoen en betalen in baar geld en klinkende munt zonder landschaps toonder obligatien op 12 mei 1775.
1764 Zomerhuis wordt kamerwoning