1814 Op vrijdag 4 februari 1814 wordt op last van de rechtbank te Leeuwarden Pieter Meintes Pook metselaar, Lieuwe, Sijbrandus en Johannes van der Werf timmerlieden te Franeker benoemd en als deskundigen te schouwen en taxeren een huis met erf staande en gelegen binnen Franeker in wijk TO 95, van de meerder en minderjarige erfgenamen van wijlen Albertus Hempenius als beheerders, namens het gerecht openbaar bij veiling aan te bieden dat door de aangewezen schouwers en taxateurs op een verkoopprijs is gesteld van fl. 350,-. Op maandag 7 februari is Feite Pieters Alkema timmerman wonende te Peins als man en voogd over zijn huisvrouw Simontje Hempenius, Gerke Westerdijk als gelastigde van Sikke Hempenius organist te Haarlem, Marten Ymes Ymessen koopman te Franeker als gelastigde van Akke Hempenius ongehuwde koopvrouw te Leeuwarden, Gentius Hempenius organist te Franeker, allen erfgenamen van wijlen hun vader Albertus Hempenius in leven organist te Franeker, moeten op last van de rechtbank te Leeuwarden het huis verkopen, Evert Nicolaas Scheltema wijnkoper als administrator over de goederen van Klaas en Albert Sjoukes minderjarige kinderen van wijlen Sikke Hempenius en Sjoukje Klases echtelieden beide overleden, Jacobus de Vries koopman te Franeker als voogd over Catharina en Petrus Hempenius minderjarige kinderen van wijlen Albertus Hempenius bij zijn nagelaten weduwe in tweede echt verwekt en Johan Vriemoet Drabbe controleur der directe belastingen te Franeker als toeziend voogd over Catharine en Petrus Hempenius, de publieke veiling zal plaats hebben op maandag 21 maart 1814 in het Heerenlogement te Franeker. Op maandag 21 maart 1814 in het Heerenlogement is het hoogste bod van Pieter Meintes Pook namens Auke Wezel schoolmeester te Franeker zegge fl. 381,- te betalen in alhier gangbaar geld en klinkende munten op 1 mei 1814.
Archieven: Eigenaars
1811 Taetske Jentjes Faber, weduwe van Albertus Sikkes Hempenius
1780 Albertus Sikkes Hempenius, stads nederduitse schoolmeester en Taetske Jentjes Faber kopen op 24-11-1780 een huis met erf staande en gelegen nabij de Prins Mauritsbrug, bij Lambertus van Burenstins bewoond, belast met het onderhoud van het afdakje ten zuiden van dit huis waaronder het secreet en de staketten lopende langs de bleek tot aan het hof van Hendrik Minnema, dat de deur staande onder het afdak en uitkomende op de binnenplaats van het huis ten zuiden, weggenomen zal moeten worden omdat de kopers geen recht van doorgang hebben door de steeg, de loden goten en schoorsteen van de keuken van dit huis alsmede van het huis ten westen zullen gezamelijk moeten worden onderhouden, de losse goederen zullen in de koop versmelten, aldus in koop bekomen van Adam Lentz, oud burgemeester, Mr. Tjeerd Banga, Harmen Bouwes en Klaas Mulder, allen voor 1/4 deel en lid van de vroedschap te Franeker voor de somma van 1050 cg te voldoen en betalen in baar geld en klinkende munt zonder landschaps obligatien in een termijn op 12 mei 1781.
1772 Adam Lentz, oud burgemeester, Mr. Tjeerd Banga, Harmen Bouwes en Klaas Mulder, allen lid van de vroedschap te Franeker, kopen op 25-04-1772 een zeer deftig huis met erf, staande en gelegen nabij de Mauritsbrug, bij wijlen Nicolaas Garama bewoond geweest, het onderhoud van het afdakje staande zuidwaards op het erf van dit huis alsmede het laatste eindje van het staket lopende van voornoemde afdakje langs de bleek van het huis ten zuiden tot aan het erf van Marten Ens, in geval van vernieling alleen door de koper onderhouden moet worden, uitgezondert het secreet van het huis ten zuiden dat onder het afdakje staat, de deur oostwaards staande onder het afdakje en uitkomende op de binnenplaats van het huis ten zuiden moet worden weggehaald of toegemaakt zonder dat de kopers het recht hebben daar gebruik van te maken om over de plaats van het huis westwaards te gaan nog enig gebruik van de steeg te maken, de zolder van het huis westwaards, zover als die oversteekt boven de keuken van het huis alsmede de twee schoorstenen uit de keuken, de zijmuur tussen deze twee huizen en de loden goten zullen massaal onderhouden moeten worden, aldus in koop bekomen van Marijke Garama weduwe van Tamme Johannes, Kenou Garama en haar man Doede Dirks boendermakersknecht te Harlingen, Gerrit en Abraham Garama en Taetske Garama, ongehuwde vrijster, allen erfgenaam van wijlen hun vader Nicolaas Garama, in leven organist, voor de somma van 614 gg te voldoen en betalen in baar geld en klinkende munt zonder landschaps obligatien in twee termijnen op 1 mei en 1 november 1772.
1747 Nicolaas Garama, organist en Jeltje Gerrits kopen op 03-03-1747 een deftig huis met hof, staande en gelegen bij de Mauritsbrug, bij Mink Ruurds als huurder bewoond en in gebruik met het recht van een jaar huringe tot 12 mei 1748 die ten profijte van de verkopers komt, als het huis op 12 mei 1747 aanvaard wordt moeten de kopers op hun kosten opzeggen, het huis heeft de zijmuur gemeen met het huis naast van de kopers waarop een loden goot ligt die mede massaal onderhouden moet worden alsmede de schoorsteen van de keuken van dit huis, begerechtig met vrij gebruik van de steeg lopende over de plaats van de verkopers, alsmede een vrije waterlozinge in de steeg moet mede worden onderhouden, de losse goederen als staande en liggende haardplaten, spijkamer en schoorsteenborden, bedsplanken zullen in de koop versmelten, aldus in koop bekomen van Tetje Scheltema huisvrouw van de koopman Jan Pieters Oldaans, Yfke Scheltema huisvrouw van de koopman Freerk Fontein, Elisabeth Scheltema huisvrouw van de koopman Sjoerd Hannema, allen woonachtig te Harlingen voor de somma van 725 cg te betalen in drie termijnen.
1744 De erven van Jan Scheltema
1713 Zeer deftig en royaal huis met erf
1713 Jan Scheltema, koopman
1928 Anne Jorritsma
1916 Verbouw, renovatie gehele pand en aankoop deel van pand ten noorden van Jurjen Rodenhuis en integratie in uitbreiding achter.
1898 Op maandag 19 december 1898 in de herberg “Het Hof van Holland ” te Franeker wordt bij openbare veiling te koop aangeboden door Christoffel Bootsma mr timmerman als gelastigde van Clara Kienstra meerderjarige vrijster woonachtig te Leeuwarden als toeziend voogd en Jan Cornelis Jellema werkman als curator over Lipkje Jans Jellema weduwe, Frans Kienstra verpleegd wordende in het gesticht voor krankzinnigen te Franeker, daartoe benoemd door de edel achtbare heer rechter van het kanton te Harlingen op 15 juni 1898 en als zodanig voogd over Francisca Geraldina Kienstra minderjarige dochter van Lipkje Jans Jellema weduwe van wijlen Frans Kienstra, een huis met vrije steeg en erf, staande en gelegen in het west te Franeker, Kad nr. Sectie A 1638, in de koop inbegrepen de aanwezige planken in het voorhuis en het ledikant in de beneden woonkamer, het eerste bod wordt gedaan door de koopman Minne van Smeden met de somma van fl. 962,- Op maandag 2 januari 1899 in de herberg “Het Hof van Holland ” te Franeker doet Bote Jorritsma gardenier te Franeker een bod van fl. 963,- zodat het perceel finaal wordt toegewezen, de koper zal de koopsom moeten betalen in een termijn voor of op 1 april 1899 te betalen in hier ten lande wettig gangbaar muntgeld.
1890 Clara Kienstra