1878 Afbraak turfpakhuis en nieuwbouw woonhuis met winkel
Archieven: Eigenaars
1847 Cornelis Jans Boersma mr bakker en Jetske Douwes van der Veen echtelieden te Franeker verklaren op 09-07-1847 verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben en zulks doende aan Tjepke Douwes van der Veen mr bakker te Franeker een huis met stalling en erf staande en gelegen in wijk TO 96 en TO 97 te Franeker Kad. Nr. Sectie A 600 en 601, alle lasten en lusten zijn voor de kopers zijn ingegaan op 12 mei 1847, alle kosten van deze verkoop en overdracht komen voor de koper en moeten gelijk betaald worden na de aanvaarding, aldus in koop gegeven en ontvangen voor de somma van fl. 1400,- te betalen in nederlandsche munt in een keer bij het passeren der koopacte.
1838 Sjoerd Pieters Faber en Trijntje Minnes Molenaar ectelieden woonachtig op het vliet onder Franeker verklaren op 06-05-1838 verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben en zulks doende aan Cornelis Jans Boersma bakkersknecht en Jetske Douwes van der Veen echtelieden te Franeker een huis met stalling, hofje en erf, staande en gelegen in de wijk TO 96 en 97 te Franeker Kad. Nr. Sectie A 600 en 601, bij Jan Stedehouder in huur, de verkopers geven geen garantie over de verborgen en bedekte gebreken, onderhoud en woonbaarheid van het perceel zelfs als de gebreken zodanig zijn dat de woonbaarheid ongeschikt is zullen de kopers dit zelve moeten bezigen en repareren, de lasten voor de kopers beginen op 1 januari 1839, de voordelen en het genot van dit huis met stalling beginnen op 12 mei 1839, aldus verkocht en gegeven voor de somma van fl. 1600,- te betalen in nederlandsche munt in een termijn op 12 mei 1839 in hier goed gangbare zilveren of gouden munten
1830 Antje Roelofs weduwe van wijlen Hein Siebes te Franeker verklaard op 12-05-1830 verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben en zulks doende aan Sjoerd Pieters Faber slager en Trijntje Minnes Molenaar echtelieden te Franeker een huis met stalling, hofje en erf, staande en gelegen in de wijk TO 96 en 97 te Franeker, thans bij de vrouw verkoperse bewoond en op 12 mei 1830 door de kopers vrij te aanvaarden, de losse goederen zullen in de koop versmelten en dus niet op taxatie worden verkocht, de voor en nadelen zullen op 12 mei overgaan naar de kopers, aldus gegeven en in koop ontvangen voor de somma van fl. 1300,- te betalen in alhier gangbaar grof zilver of gouden nederlandsche munten.
1826 Op donderdag 19 januari 1826 in het logement “De bogt fen Gunee” te Franeker in wijk EW 106 wordt in opdracht van de rechtbank te Leeuwarden bij openbare veiling te koop aangeboden door Eeltje Haitzes Bonnema graanhandelaar te Kimswerd en Isaac Telting notaris te Franeker als executeuren in de boedel van wijlen Wietske Ippinga weduwe van Ype Oepkes Bonnema, Jouwer Jouwersma kantoorbediende wonende te Franeker als gelastigde van Doekele Douwes Intema boer wonende te Pingjum als toeziend voogd over de minderjarige kinderen van Antje Jans Zevenhoeken boerin te Pingjum in de echt geboren uit haar huwelijk met wijlen Abe Jacobs Bonnema, Jan Bonnema boer onder de dorpe Zurich toeziend voogd over Pieter Jeltes Miedema minderjarige zoon van wijlen Tjitske Jacobs Bonnema in de echt geboren uit het huwelijk met Jelte Pieters Miedema boerenknecht wonende onder Zurich, een huis met stalling, hofje en erf staande en gelegen in de wijk TO 96 en TO 97 te Franeker, thans bij de Antje Roelofs weduwe van Hein Siebes bewoond, het eerste bod wordt gedaan door Cornelis Schaaf mr timmerman te Franeker met fl. 980,- maar Coenraad Kamminga korenmolenaar te Franeker bied fl. 1080,-. Op donderdag 2 Februari1826 in het logement “De bogt fen Gunee” te Franeker in wijk EW 106 bied Jan Klases van den Bank rentenier een bedrag van fl. 1300,- waarop Antje Roelofs weduwe van wijlen Hein Siebes het bod met fl. 1,- verhoogd waarna de notaris het geveilde finaal in koop toewijst aan Antje Roelofs die de koop aanneemt en belooft stipt op tijd op de voorgeschreven termijnen de som te voldoen.
1825 Wietske Ippinga, weduwe van Ype Oepkes Bonnema. Op 11-7-1825 wordt de huisraad en inboedel van de overleden Wietske Johannes Ippinga verkocht, bestaande uit twee kabinetten, kasten, laadtafel, buffet, spiegels, tafels, stoelen, porselein, geel en delfts aardewerk, glaswerk, koper, tin en ijzerwerk, bedden en toebehoren, bedlinnen, tafellinnen, vrouwenkleding, gitten en bloedkoralen en hetgeen meer zal worden tevoorschijn gebracht. Ingesteld vruchtgebruik ad fl. 23.566,65 vervalt nu aan diens testamentair erfgenamen); ab intestato erfgenamen zouden zijn geweest haar nicht(je) Detje Gerkes (weduwe van Hans Rost) en haar neven/neefjes Gerrit, wolkamersknecht en Joeke Ypes Staalstra, metselaarsknecht (elk legaat fl. 150, ) (bloedver wanten van moederszijde: elk voor 1/3); testamentair erfgenamen zijn genoemde Detje Gerkes (1/2) en niet bloedverwante Trijntje Minnes Molenaar (weduwe van Gerke Rost) (1/2); verder legaten voor de kinderen van haar wijlen neef(je) Johannes Mulder (man van Hieke Sophia Saagmans; vader van Klaas, hoogleraar, Aaltje, vrouw van Willem Aukes Willems, genees/heel/vroedmeester Joure en Aeschinus Saagmans Johannes Mulder, student: samen fl. 1.500, ) en haar dienstmeid Aaltje Geerts Bleker (fl. 300, ), terwijl de legaten aan nicht(je) Dettie Ypes Staalstra (weduwe van Jelle Tjeerds) en Trijntje Pieters de Jong door hun vooroverlijden zijn vervallen. Saldo fl. 9.566,65. In suppletoire memorie 4012/3742 wordt saldo vermeerderd met fl. 1.088,25.
1794 Ype Oepkes Bonnema, raadslid van de vroedschap te Franeker, koopt op 18-07-1794 een huis en stalling, staande en gelegen nabij de mauritsbrug over het Claar Kamsterweeshuis, op 12 mei 1794 vrij van verhuur van Atje Rinses, aldus in koop bekomen van Atje Rinses weduwe van wijlen de koopman Tjepke Ymes Hellema voor de somma van 1200 cg te betalen in een termijn voor 12 november 1794 in klinkende munt en vrij kosteloos geld.
1792 Atje Rinses, weduwe van wijlen de koopman Tjalke Ymes Hellema, koopt op 20-01-1792 een huis en stalling staande en gelegen bij de Prins Mauritsbrug over het blauw weeshuis, bij de weduwe van wijlen de koopman Enne Ennes Postumus als huurster bewoond voor de somma van 30 cg jaarlijks, en de stalling in huur bij Paulus Scheltema voor 12 cg jaarlijkse huur, de weduwe van Enne Ennes heeft het recht van huur ingaande op 12 mei 1792 tot 12 mei 1794, de losse goederen zullen in de koop versmelten, het verhuur van de stalling verloopt op 12 mei 1792 en als de koperse het begeert zal zij de kosten die nodig zijn voor het nieuwe jaar de huur per 12 mei 1792 op moeten zeggen aan de huurder, de koperse zal moeten betalen aan de vroedsman Meinte Pieters Pook zes Caroli Guldens voor het bestrijken van de dakpannen en de materialen daarvoor nodig zijnde, aldus in koop bekomen van Aafke Roorda en haar man Rintje Posthumus, Mr. zilversmid te Leeuwarden voor de somma van 592 gg en 7 stuivers te betalen in baar geld en klinkende munt en geenzins met lands obligatien op 1 mei en 1 november 1792.
1790 Aafke Roorda en Rintje Posthumus, mr zilversmid te Leeuwarden
1784 Lucas Roorda, koopman
1780 De erven van Gerrit Luitjes Roorda
1764 Afbraak pakhuis en nieuwbouw van stalling