1832 Elisabeth Wolnek, weduwe van Jan Klases van der Bank
Archieven: Eigenaars
1830 Eise Eppinga koopman wonende te Franeker en zijn zoon Jacobus Eppinga koopman te Arum verklaren op 26-06-1830 uit de hand te hebben verkocht en overgedragen aan Jan Klases van der Bank boelgoed roeper en Elisabeth Wolanek echtelieden te Franeker een huis met bleekveld en erf staande en gelegen aan de dijkstraat binnen Franeker in de wijk TO 99, bij Eise Eppinga weduwnaar van Grietje van der Helm bewoond, de losse goederen zullen in de koop versmelten, de koper kan het huis op 1 augustus 1830 vrij aanvaarden, aldus verkocht en over gedragen voor de somma van fl. 800,- te betalen in een keer bij het tekenen der koopbrief.
1817 Trijntje Pieters Steenstra weduwe van wijlen Auke Wezel stads schoolonderwijzer te Franeker voor zich en als testamentair erfgename van wijlen haar man, verklaard op 08-01-1817 bij deze uit de hand te hebben verkocht en overgedragen aan Eise Eppinga koopman en winkelier en Grietje van der Helm echtelieden binnen Franeker, een huis met bleekveld en erf staande en gelegen aan de dijkstraat binnen Franeker in wijk TO 99, thans bij de verkoperse bewoont en in eigendom, de losse goederen als de kast, schoteltrog, winkelplanken en verdere losse goederen zullen moeten overnemen bij aanvaarden voor de somma van fl. 100,- en gelijk te betalen, belast met het onderhoud van straten, bruggen, wallen, muren, waterlozinge en staketten, Er wordt een voorwaarde geschreven dat de de huisvrouw van Eise Eppinga de betalingen zal borgen omdat het huis van hun staande en gelegen aan de voorstraat wijk TW 7, nog niet is verkocht of geproclameerd en Trijntje Pieters Steensma vraagt om de voorwaarde hard op voor te lezen omdat ze niet kan schrijven nog lezen en ze slecht kan horen, aldus verkocht en over gedragen voor de somma van fl. 700,- te betalen in klinkende en goed gangbare munten in twee termijnen op 12 mei 1817 en 12 mei 1818
1815 Trijntje Pieters Steensma, weduwe van Auke Wezel
1810 Auke Wezel, stads schoolmeester en Trijntje Pieters Steenstra echtelieden binnen Franeker kopen op 06-05-1810 een huis en erf, staande en gelegen in wijk TO 99 te Franeker, bij de verkoper bewoont tot 12 mei 1810, de losse goederen bij het huis horende zullen bij het aanvaarden direct betaald moeten worden voor de somma van 10 cg, belast met het onderhoud van straten, bruggen, burewal, waterlozinge en staketten, aldus in koop bekomen van Petrus Harkema voor de somma van 460 cg te betalen in alhier gangbaar grof zilvergeld in twee termijnen na de finale palmslag en op 12 mei 1810.
1799 Petrus Harkema, executeur
1786 Pieter Murks Cuipers, oud burger hopman koopt op 07-04-1786een huis met bleekveld, staande en gelegen op de westerdijkstraat, op 12 mei 1786 vrij te aanvaarden, de losse goederen als haardstanders, platen, losse planken, borden, stenen kruiken, raampjes etc. zullen niet in de koop versmelten, doch op taxatie worden verkocht, aldus in koop bekomen van Jan Boltjes, procureur postelant voor de somma van 600 cg te betalen in klinkende munt zonder landschaps obligatien in een termijn bij het tekenen der koopbrief.
1785 Men laat een ieder weten dat Titia Gadses weduwe van wijlen Benjamin van Burenstins oud burgemeester der stad Franeker als moeder en wettige voorstander over haar beide minderjarige kinderen en bij decreet der edel gerecht te Franeker en bij het uitgaan der laatst brandende kaars en het ligten der zegels op 21-01-1785te koop aanbied een gerechte helft van een deftig huis cum annexis staande en gelegen op de dijkstraat tot Franeker, de wederhelft in eigendom van Jan Boltjes procureur postelant en bankhouder, bij Anna Romar als huurster bewoond voor een jaarlijkse huur van 46 cg tot 12 mei 1785, het huis bestaat uit een ruim voorhuis, grote voorkamer met twee schuiframen, haard en bedsteden en klerenkast, verders een keuken met haardsteed en een spijskamer met daarachter een loods, bleekveld, put en waterbak en een secreet, boven voor een kamer met twee schuiframen, bedstee en spijskamer, daarboven een zoldering, wie daar aan gading maakt kome op tijd en plaats bij de derde proclamatie op 4 februari 1785. Jan Boltjes, procureur postelant en bankhouder is de hoogste bieder en aanvaard de de koop.
1784 Jan Boltjes, procureur postelant en bankhouder koopt op 20-02-1784 een gerechte helft van een deftig huis, staande en gelegen op de Dijkstraat, bij de verkoperse bewoond en in gebruik, de wederhelft in eigendom bij Titia Gadses weduwe van Benjamin van Burenstins, oud burgemeester, de losse goederen als zijnde staande en liggende haardijzers, schoorsteen en spijskamerborden, bedsplanken, kasten al al wat aan dit huis toebehoort zal niet in de koop versmelten doch op taxatie worden verkocht, aldus in koop bekomen van Tjietske Sierks woonachtig tot Franeker voor de somma van 170 gg te betalen op 12 mei 1784 in baar geld en klinkende munt.
1783 Tjietske Sierks en Titia Gadses weduwe van Benjamin van Burenstins, oud burgemeester.
1778 Lambertus Burenstins, meerderjarige ongehuwde vrijer, koopt op 02-01-1778 een deftig huis en erf, staande en gelegen aan de grote Dijkstraat, bij de executeur Martinus Meill bewoond geweest tot 12 mei 1778 thans vrij te aanvaarden, de losse goederen ten dage van aanvaarding door de koper op taxatie over genomen moeten worden en gelijk worden betaald in gereed geld, als de koper de tegenwoordige bewoners niet langer in huur wil continueren zal de koper tijdig opzeggen en de kosten moeten vergoeden, aldus in koop bekomen van Dominicus Terpstra erfgezetene te Ried in qualiteit als voogd en man over zijn huisvrouw Dirkje Halma voor de ene helft en Rinnert Halma, huisman te Lutje Lollum voor de wederhelft als erfgenamen van wijlen hun vader Rinse Halma in leven woonachtig te Franeker voor de somma van 385 gg en 7 stuivers doende te betalen in baar geld en klinkende munt zonder landschaps obligatien in twee termijnen op 1 november 1778 en 12 mei 1779.
1777 Dominicus Terpstra en Dirkje Halma, Rinnert Halma, huisman te Lutje Lollum, ergenamen van Rinse Halma