Archieven: Eigenaars

<p>Beschrijving</p>
1780 Rudolf Nauta, advocaat
1769 Johanna Catharina Gerroltsma, weduwe van Willem Aukes Nauta, burgemeester
1719 Rudolph Lodewijk Louwerman oud kapitein van een compagnie te voet residerende te Franeker bekend en verklaard op 12-01-1719 bij deze en uit vrije wil verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben aan Willem Aukes Nauta vroedsman en houtkoper en Janke Douwes Sipta echtelieden binnen Franeker een heerlijk huis met stal, koetshuis, een groot hof en tuin met bomen en bloemen in de tuin, staande en gelegen op de dijkstraat binnen Franeker, bij de verkoper zelf bewoond en gebruikt, als vader en wettige voogd over zijn twee minderjarige kinderen bij wijlen zijn vrouw Maria Anna van Loo in de echt verwekt, belast met het onderhoud van straten, wallen, bruggen en pijpen, waterlozinge, riolen, staketten en muren, aldus verkocht en gegeven voor de somma van 1250 gg te betalen als volgt: dat 1200 cg van de koopschat onder de koper zal moeten blijven ten profijte van de predikant Suffridus Sinnema V.D.M. tot Oostrum als eerste verkoper in der tijd en tot zolang de juffrouw Johanna Mensenburgh meerderjarig zal zijn, bij het tekenen de koopbrief een somma van 250 cg en het restant in een termijn te betalen in baar geld en klinkende munten en niet met lands obligatien op den 12 mei 1719
1719 Theuntje Hendriks, weduwe van Klaas Reinders Sipta
1717 Reiner Martinus Laverman (Louwerman)
1693 Deftig dwarshuis met hof, voormalige raadhuis of Egmondshuis. Het Hof van Friesland zetelde hier van 1500 tot 1504. In de buitenmuur van het in 1684 afgebroken zuidelijk deel van het egmondhuis bevonden zich de wapens van de 11 steden en 30 grietenijen.
1693 Suffridus Westerhuis
1922 Afbraak
1919 Lubertus de Boer handelaar in bouwmaterialen te Leeuwarden verklaard op 12-02-1919 te hebben verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben aan Albert van der Meer drukker te Franeker een winkelhuis met grond staande aan de dijkstraat Kad. Nr. Sectie A 2447 en 2448 voor de somma van fl. 5000,- van de koopsom moet op 12 februari 1919 een bedrag van fl. 1500,- worden betaald en het restant van fl. 3500,- op 12 mei 1919 waarna de aanvaarding kan geschieden, het gevaar en onderhoud van het gekochte gaat heden in voor rekening van de koper, het gekochte gaat over in de staat waarin het zich nu bevindt met lusten en lasten zichtbare en verborgen gebreken en heerschende en lijdende erfdienstbaarheden.
1910 Afbraak werkplaats en verkoop dat deel grond aan centrale commissie van christelijk geloof, BETHEL
1903 Uitbreiding van werkplaats zuidwaards en verbouw achter tot zelfstandig woonhuis, zie kad nr. 2344
1903 Lubertus de Boer, koopman in olie