1819 J.M. van Bijema thoe Kingma, grietman van Franekeradeel te Zweins
Archieven: Eigenaars
1786 Men laat een ieder weten dat de oud burgemeester Adam Lentz eb dr Everwijn Drabbe advocaat voor het hof van Friesland beide woonachtig tot Franeker in qualiteit als curators over de nagelaten kinderen van wijlen Hendrik Minnema en Titia Ens in tijden echtelieden kooplieden tot Franeker en met decreet van het weledele gerecht te Franeker eerstelijk bij het uitgaan der laatst brandende kaars en daarna het ligten der zegels uit den wasse aan de meest biedende op 25-11-1785 zullen verkopen, ten eerste; een zeer voortreffelijk groot huis met hof, staande en gelegen aan de stadsplaats binnen Franeker wijk TO 109, bij de hoog geleerde heer Theodurus van Kooten professor ordinaris aan lands academie te Franeker cum uxore als huurders bewoond tot 12 mei 1786. Op 27 december 1785 is bij het uitgaan der kaarse de hoogste bieder gebleven Sjoerd Meinerts met de somma van 1525 gg maar op 20 januari 1786 is het hoogste bod van de heer Lamoraal Joachim Johan Rengers zegge 2332,- cg welk bod aanvaard wordt. Ten tweede; een huis cum annexis staande naast het vorige perceel, bij Anna Maria Coenraads de weduwe van Wijlen Johannes Tuinema als huurderse bewoond tot 12 mei 1786, Op 27 december 1785 is bij het uitgaan der laatst brandede kaarse de hoogste bieder B Adama met 201 gg. Op 20 januari 1786 is het hoogste bod van de heer Lamoraal Joachim Johan Rengers zegge 310 gg wat wordt aanvaard door de erfgenamen.
1785 Erven van Hendrik Minnema
1776 Hendrik Minnema, koopman en Titia Ens
1767 Freule Juliana Anna Agatha Rixtina van Goslinga residerende te Dongjum
1758 Hans Jetzes, ratelaar en Ytje Jans Hettema woonachtig tot Franeker kopen op 22-04-1758 een huis, staande en gelegen op de hoek van de Lijnbaansteeg en de Dijkstraat, hebbende deze huisinge een uitgang in de lijnbaansteeg, bij Jantje Simons bewoond, bezwaart met nog een jaar verhuur aan Jantje Simons tot 1 mei 1759 voor 30 cg jaarlijks, aldus in koop bekomen van Abraham Christiaan Huber, gepensioneert schrijver van corps du garde van zijne doorluchtige hoogheid de prins van Oranje en Nassau etc, etc. te Leeuwarden voor de somma van 290 gg te betalen in drie termijnen op 1 mei en 1 november 1758 en 1 mei 1759 in vrij en schadeloos zilveren en klinkende muntgeld zonder landschaps obligatien.
1751 De erven van Georgius Huber
1737 Sjeuwke Hendricus Julius weduwe van Georgius Huber
1732 Georgius Huber, burgemeester van Leeuwarden en advocaat
1719 Van 1719 tot 1723 werd het pand gebruik als collegezaal door Zacharias en Georgius Huber, en vanaf 1723 tot 1727 door professor in de rechten Johan Gotlieb Heineccius
1719 Zacharias en Georgius Huber
1694 Judith Jurjens van der Ley, weduwe van professor Ulricus Zacharias Huber