Stad Franeker tot 1660 westelijk deel van schuttersveld
Archieven: Eigenaars
1935 Op 24 April 1935 verklaard Klaas Jelles Bijlsma timmerman te Franeker verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben aan Minne de Boer kuiper te Franeker, een huis met overdekte steeg, timmerwerkplaats, erf en grond, staande en gelegen in de vossegatsteeg en de zuiderkade, Kad nr. Sectie A 1950, 1951 en steeg Kad. Nr. 1952 te Franeker, de aanvaarding kan geschieden op 12 mei 1935, de grondbelasting en staats belasting en andere eigendoms lasten zijn voor de koper ingegaan op 1 januari 1935, het verkochte gaat op de koper over in de staat waarin het zich thans bevindt met lusten, lasten, zichtbare en verborgen gebreken heerschende en lijdende erfdienstbaarheden, aldus verkocht en gegeven voor de somma van fl. 3000,- te betalen op 1 mei 1935.
1920 Op 16 April 1920 verklaard Cornelis Nauta scheepsvrachter te Franeker verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben aan Klaas Jelles Bijlsma timmerman te Franeker, een huis bevattende twee woningen met overdekte steeg en grond staande in de vossegatsteeg Kad. Nr. Sectie A 1950, 1951 en overdekte steeg Kad. Nr. 1952 te Franeker, de aanvaarding kan geschieden voor de woning die thans bij de verkoper in gebruik is, op 12 mei 1920, het risico en onderhoud van het gekochte gaan dadelijk over op de koper, het verkochte gaat op de koper over in de staat waarin het zich thans bevindt met lusten, lasten, zichtbare en verborgen gebreken heerschende en lijdende erfdienstbaarheden, de kosten deser acte en daar uit voor komen zijn voor de koper, aldus verkocht en gegeven voor de somma van fl. 2200,- te betalen op 1 mei 1920.
1917 Op 29 December 1917 verklaard Foppe Willems Annema stads timmerman wonende te Franeker verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben aan Cornelis Nauta controleur van den algemene schipperbond wonende te Franeker, een huis bevattende twee woningen met overdekte steeg en grond staande in de vossegatsteeg Kad. Nr. Sectie A 1950, een stuk grond Kad. Nr. 1951 en een overdekte steeg Kad. Nr. 1952 te Franeker, het verkochte gaat dadelijk over op de koper in de staat waarin het zich thans bevindt met lusten, lasten, zichtbare en verborgen gebreken heerschende en lijdende erfdienstbaarheden, de koopsom blijft voorlopig schuldig aan de verkoper en zal tot dien tijd jaarlijks fl. 10 rente moeten betalen op 12 mei jaarlijks, de schuldenaar mag het pand de komende twee jaren verhuren of in gebruik afstaan maar geen vooruit betaling van huurpenningen mogen bedingen of ontvangen, de schuldenaar is verplicht het perceel tegen brandschade te verzekeren en de polis aan de schuldeiser in bewaring geven, aldus verkocht voor de somma van fl. 1800,-
1885 Verkoop erf aan Johannes Cuperus
1883 Foppe Willems Annema, winkelier en stadstimmerman is op 12- 11-1883 eigenaar
1876 Verbouw, samenvoeging van dit pand met pand ten zuiden.
1854 Op maandag 11 December 1854 in het logement van der Pol te Franeker wordt in een openbare veiling te koop aangeboden door Abe Cuperus klerk der stads secretarie wonende te Franeker als gelastigde van Cornelia Jelles Staalstra weduwe van Broer Abes Cuperus wonende te Franeker, Dettje Cuperus echtgenote van Doede Attema goud en zilversmid wonende te Leeuwarden en Ynze Wiebes Radersma castelein wonende te Franeker, een huis met bleekveld en erf, staande en gelegen in de oude olijmolensteeg in de wijk EW 60 Kad. Nr. Sectie A 431 en 432, hebbende een steeg ten zuiden waarlangs de stad Franeker voor de achter leggende grond doorgang en opslag heeft, verleend op 21 maart 1831, benevens het noord westelijk gedeelte van de bleek naast het huis gelegen en deel uitmakende van het perceel Kad. Nr. Sectie A 866 in eigendom bij Oepke Gilliam die ook eigenaar is van de huizen rondom de bleek gelegen maar niet eigenaar is van de bleek bij het geveilde behorende, de kosten van advertentien, billetten, om en oproepen, proces verbaal, zegels, registratie en verteringen zijn voor de koper, de hoed en noed gaan dadelijk na de toewijzing over op de koper, de aanvaarding kan plaats hebben op 12 mei 1855, het geveilde wordt verkocht zo goed en kwaad het is met lusten, lasten, servituten, gerechtig en mandeligheden, het bestaande secreet wordt niet mede verkocht maar zal door de zorg van het gemeentebestuur weg gebroken worden en op de grond die toebehoort aan de stad zal een openbaar secreet worden gemaakt alsmede een vrij secreet voor de koper van het geveilde huis, beide secreten zullen door het gemeentebestuur onderhouden worden die ook zorg zal dragen voor het legen van de kalkput, het eerste bod wordt gedaan door Johannes Boorsma winkelier en horlogemaker wonende te Franeker met fl. 267,- Op maandag 18 December 1854 in het logemet “De Zon” van castelein van der Zee wordt het eerste bod niet verhoogd en wordt het perceel toegewezen aan Johaanes Boorsma winkelier en horlogiemaker wonende te Franeker die verklaard het bod te hebben gedaan namens Pieter Magre tasker wonende onder Franeker, te betalen in klinkende alhier gangbare munten zonder voor geld gaande papieren of effecten op 1 mei 1855.
1841 Op maandag 15 maart 1841 in de herberg “De Roskam” aan de dijkstraat te Franeker wordt in een openbare veiling te koop aangeboden door Douwe Baukes van Smeden koopman en winkelier wonende te Franeker voor zich en als vader en wettige voogd over Antje, Geertje en Pieter zijn drie minderjarige kinderen met zijn op 31 maart 1837 overleden huisvrouw Swopkje Pieters van der Wal in de echt verwekt, Anne Buwalda Kuijpers mr wagenmaker woonachtig te Franeker als toeziend voogd over de minderjarigen, een huis met bleekveld en erf staande en gelegen in de oude olijmolensteeg in de wijk EW 60 Kad. Nr. Sectie A 431 en 432 binnen Franeker, hebbende een steeg ten zuiden waarlangs de stad Franeker voor de achter leggende tuin doorgang en opslag heeft, verleend op 21 maart 1831, de koper zal het gekochte ontvangen met algemene grond en verdere belastingen en met gerecht en dienstbaarheden, mandeligheden en verplichting tot onderhoud en de gebouwen te ontvangen in de staat van onderhoud, bruik en woonbaarheid zoals deze zijn, de kosten deze veiling als het salaris van de notaris, billetten, oproepen, registratie, proces verbaal, zegels en verteringen zijn voor de koper, de bouwgrond van het eerste perceel en tweede perceel gaan dadelijk na de finale toewijzing over op de koper, voor de losse goederen bij de percelen moet fl. 10,- worden betaald, de koper is verplicht zich in het Harlinger veerhuis wijk TW 33 te Franeker ter woon te stellen, het eerste bod wordt gedaan door Abe Cuperus klerk der stads secretarie wonende te Franeker met fl. 301,- Op maandag 29 maart 1841 in het Harlinger veerhuis te Franeker wordt het bod niet verhoogt en toegewezen aan Abe Cuperus klerk der stads secretarie wonende te Franeker Broer Abes Cuperus winkelier en Ynze Wiebes Radersma castelein te Franeker, te betalen in twee termijnen op 1 mei en 1 November 1841.
1836 Douwe Baukes van Smeden, winkelier
1814 Op 17 januari 1814 verklaard Popke Andries Damhuis arbeider wonende op het vliet nr. 49 buiten Franeker verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben aan Jelle Tjeerds Vijverstra metselaar wonende te Franeker een huis staande en gelegen in de oude olijmolensteeg in de wijk EW 60 binnen Franeker, de losse goederen zullen in de koop versmelten, de voor en nadelen van het gekochte gaan dadelijk over op de koper, belast met servituten, gerechtigheden, lusten en lasten, aldus verkocht en gegeven voor de somma van fl. 150,- te betalen in alhier gangbaar grof zilvergeld volgens de tegenwoordige koers en zonder lands obligatien of voor geld gaande papieren te betalen op de volgende manier, gelijk bij het aanvaarden fl. 50,- en op 1 November van het lopende jaar fl. 25,- en daarna op I November van de volgende jaren tot de koopsom volledig is betaald.
1811 Poppe Andries Damhuis wonende op het vliet koopt op 28-01-1811 een huis cum annexis, staande en gelegen in de wijk EW 60 binnen Franeker, thans bij Pieter Martens en Jelle Tjeerds Vijverstra, metselaar als huurders bewoond, op 12 mei 1811 vrij te aanvaarden, bezwaard en begerechtigd met actien, lasten, servituten en gerechtigheden als van ouds, de losse goedren zullen in de koop versmelten, aldus in koop bekomen van Gerardus Abrahams Bos, Mr. molenmaker tot Franeker voor de somma van 85 cg te betalen in alhier gangbaar geld in twee termijnen op 1 februari en 12 mei 1811.