Archieven: Eigenaars

<p>Beschrijving</p>
1926 De N.V. Noordhollandsche Levensverzekeringmij te Alkmaar
1922 Aukje de Wit winkelierster weduwe van Eelke Mobach te Franeker, Frederik Mobach gymnastiekleraar te Den Haag, Janke Mobach zonder beroep te Franeker, Wiepkje Mobach modiste te Franeker en Tjebbe Mobach student in de rechten wonende te Gravenhage allen erfgenamen van Eelke Mobach verklaren op 15-06-1922 verkocht en gegeven aan Minne Vis koopman te Franeker een winkelhuis, waarin een sigarenmagazijn, met bovenwoning erf en grond, staande aan de dijkstraat Kad. Nr. Sectie A 605, wel onder bepaling en voorwaarden dat van 1 september 1922 er 15 jaar lang in het pand geen modistezaak mag komen en in het nabij gelegen pand Kad. Nr 1931 geen sigarenzaak mag worden uitgeoefend, bij overtreding van dit verbod wordt een boete van fl. 1000 gevorderd, aldus verkocht en overgedragen voor de somma van fl. 9000,- het verkochte gaat over op de koper in de staat waarin het zich bevindt met lusten en lasten, zichtbare en verborgen gebreken heersende en lijdende erfdienstbaarheden, alle kosten dezer verkoping zijn voor de koper.
1904 Gerhardus Theodorus Dopheide aannemer en timmerman te Franeker verklaard op 09-05-1904 verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben aan Eelke Mobach sigarenmaker te Franeker een huis met erf cum annexis, staande en gelegen aan de dijkstraat Kad. Nr. Sectie A 605, het verkochte wordt overgedragen en door de koper ontvangen zo goed en kwaad, zo groot en klein het mag zijn met alle lusten en lasten, actien, servituten gerechtig en mandeligheden en onderhoudsplicht, te aanvaarden voor wat het benedengedeelte betreft op 12 mei 1904 en de bovenwoning op 12 mei 1905, aldus verkocht en gegeven voor de somma van fl. 3000,- te betalen in een termijn op 13 mei 1904.
1889 Augustinus IJsselmuiden
1870 Hermina IJsselmuiden
1836 Grietje Gorter, echtgenote van Augustinus IJsselmuiden, trekschipper
1834 Eelke Betzauw, korenmeter
1831 Op maandag 14 februari 1831 in het koffiehuis van Anne Jouwersma wijk TN 24 te Franeker wordt bij publieke veiling te koop aangeboden door Geertje Reuring huisvrouw van Dirk Jacobs Dirks kofschipper wonende te Franeker voor een 2de part, Trijntje Fokkes van der Meulen weduwe van Coenraad Kanninga in qualiteit als moeder en voogdes over haar minderjarige zoon Harmen Kanninga bij wijlen haar man in de echt gewonnen, voor het andere 2de part, een huis met erf staande en gelegen aan de dijkstraat in wijk TO 124 binnen Franeker, bij Simon Zuiderbaan als laatste bewoond geweest, waarbij het eerste bod van fl. 605,- wordt gedaan door Dirk Jacobs Dirks kofschipper te Franeker. Op maandag 28 februari 1831 in het koffiehuis van Elize Simons Wink te Franeker wordt het bod van fl. 605,- niet verhoogd waarna de finale toewijzing geschied en Dirk Jacobs Dirks kofschipper te Franeker verklaard het bod gedaan te hebben uit naam van zijn huisvrouw Geertje Reuring die de schuld aan Trijntje Fokkes van der Meulen en haar zoon Harmen Kanninga zal betalen.
1830 Trijntje Fokkes van der Meulen, weduwe van Coenraad Kanninga
1827 Coenraad Kanninga, zadelmaker
1824 Op maandag 3 mei 1824 in het koffiehuis van Anne Jouwersma wijk TN 24 te Franeker wordt bij publieke veiling te koop aangeboden door Ids Gerbens Sweistra timmerman wonende te Franeker voor zich en als vader en voogd over zijn kinderen Gerben, Chtistoffel, Grietje en Frans bij wijlen zijn huisvrouw Hendrikje van Es in de echt verwekt, Sietze Rintjes van der Ploeg mr timmerman te Franeker als toeziend voogd, een huis met erf staande en gelegen op de dijkstraat in wijk TO 124 binnen Franeker, bestaande uit een voorhuis, een voorkamer met haardsteed, bedstee en kast, een kelder, achterkamer met haardstee en twee bedsteden en een kast, een plaats met put en regenwaterbak, de achter bovenkamer is voorzien van haardstee, bedstee en kast, voorts een zolder over het geheel, de losse goedren zullen in de koop versmelten, het eerste bod van fl. 280,- wordt gedaan door Durk Aukes Tuinstra gardenier te Franeker, die verklaard het bod te doen namen Paulus Rekker wonende te Dokkum, de koper zal moeten betalen de kosten van advertentien, billetten, trommelen en oproepen, kamerhuur en verteringen, het geveilde wordt verkocht in de staat waarin het thans bevindt met voor en nadelen, gerechtigheden en dienstbaarheden, de koopschat zal moeten worden betaald in klinkende munt zonder enig voor geld gaande papieren op 1 augustus 1824 en 1 november 1824 telkens de helft,
1824 Ids Gerbens Sweistra, timmerknecht