Archieven: Eigenaars

<p>Beschrijving</p>
1819 Deel opslagschuur wordt woonhuisje
1820 Op maandag 7 februari 1820 in het heerenlogement te Franeker wordt bij openbare veiling te koop aanboden door Johannes Pook koopman en grutter en Jan Mulder apothecaris beide te Franeker als executeur en testamentair over de boedel en nalatenschap van wijlen Aukje Mulder weduwe van wijlen Klaas Feddes de Jong in leven gewoond hebbende te Franeker, een huis, zomerhuis en hofje staande en gelegen aan de dijkstraat wijk TO 126 te Franeker bij wijlen Aukje Mulder bewoond geweest, begerechtigd met een vrije steeg ten westen, bestaande uit een behangen voorkamer voorzien van een kast, een tweede kamer ook behangen en een haardstee, een gang langs het huis, voor boven een kamer voorzien van een kast, een portaal, achter boven een kamer met een bedstee, een zolder met vliering, tussen dit gebouw en het achterhuis een portaal waarin een deur naar de plaats en kast, een keuken met haardstee, fornuis en glazenkast, een kelder, een achterkeuken een bedstee, vaste kast en schotelbank, plaats, regenwaterbak en put, de koper kan het op 12 mei 1820 in vrijdom aanvaarden, de koper betaald voor de losse goederen op de dag der aanvaardig fl. 25,- het verkochte wordt overgedragen en door de koper ontvangen zo goed en kwaad, zo groot en klein het mag zijn met alle lusten en lasten, actien, servituten gerechtig en mandeligheden en onderhoudsplicht, het eerste bod van fl. 1234,- wordt gedaan door Tjebbe Hanenburg koopman te Franeker, waarop Johannes Stinstra griffier bij het vredesgerecht te Franeker het bod met fl. 100,- verhoogd. Op maandag 28 februari 1820 in het heerenlogement in wijk TW 53 te Franeker wordt het bod door Doekle Gerrits Boorsma timmerman verhoogd met fl. 66,- waarop Johannes Stinstra fl. 20,- meer bied als gelastigde en namens Sibbeltje Schultz weduwe van wijlen Abel van Velsen te Franeker voor de somma van fl. 1580,- te betalen in nederlansche gulden in twee termijnen op 12 mei 1820 en 1821
1810 Akke Jans Mulder, weduwe van Klaas Feddes de Jong
1800 Nieuwbouw van opslagschuur in het hof en verbouwd zomerhuis tot werkplaats op achtererf
1800 Klaas Feddes de Jong, koopman, en Akke Jans Mulder echtelieden binnen Franeker, kopen op 02-01-1800 een huis, hof en zomerhuis staande en gelegen aan de dijksrtaat binnen Franeker, bij de weduwe van professor Laurentius Meijer bewoond en gebruikt, begerechtigd met een vrije steeg aan de westzijde langs het huis, de aanvaarding kan gescheiden op 12 mei 1800, voorts met actien, lasten, profijten, servituten en gerechtigheden als van ouds, aldus in koop bekomen van Gertje Hendriks mede erfgename van wijlen Keimpe Hendriks in leven woonachtig op Kingmatille onder de dorpe Zweins in eigendom bekomen door scheidingsbrief van 12 september 1799 en gesterkt met haar man Jetze Douwes voor de somma van 1050 cg en 20 stuivers te betalen in een termijn op 12 mei 1800 in baar geld en klinkende munt
1799 Keimpe Hendriks, koopman woonachtig op Kingmatille onder Zweins, koopt op 22-03-1799 een wel betimmerd huis, hof en zomerhuis cum annexis, staande en gelegen aan de dijkstraat binnen Franeker, bij de verkoperse bewoond, bezwaard met een waterlozinge van het huis ten westen langs de steeg van dit huis, voorts met actien, lasten, profijten, servituten en gerechtigheden als van ouds, de verkoperse behoud het recht van vrije inwoning tot 12 mei 1800, de koper heeft de vrijheid om gedurende de inwoning van de verkoperse de zaal op eigen kosten te vertimmeren tot zijn eigen genoegen, de verkoperse zal na het verlaten op 12 mei 1800 glas, deur, dak en vensters dicht zal moeten verlaten zoals een brave huurder betaamt, lands en stads lasten van rieel en lantarengeld zijn voor de koper, de losse goederen tot dit huis behorende zal door de koper overgenomen moeten worden voor 6 cg en 6 stuivers, aldus in koop bekomen van Titia Lubbers weduwe van professor Laurentius Meijer voor de somma van 1100 cg te betalen in klinkende munt zonder lands obligatien op 12 mei 1799 300 cg en de resterende 800 cg op 12 mei 1800.
1798 Titia Lubbers weduwe van professor Laurentius Meijer
1790 Laurentius Meijer, ordinaris professor theologia aan lands academie te Franeker koopt op 26-02-1790 een deftig en wel betimmerd huis met hof en zomerhuis cum omnibus, staande en gelegen op de Dijkstraat binnen Franeker, laatst bij de oud Burgemeester Salomon Jongma bewoond geweest, bezwaard met onderhoud van de waterlozinge van het huis ten westen langs de steeg, voorts met actien, lasten, profijten, servituten en gerechtigheden als van ouds, de losse goederen zullen in de koop versmelten, aldus in koop bekomen van Theodorus Adama predikant te Koudum voor de somma van 2050 cg te betalen in een termijn op 12 mei 1790 in baar geld en klinkende munt.
1789 Theodorus Adama predikant te Koudum
1786 Nieuwbouw van zomerhuisje in het hof
1785 Salomon Jongma, regerend burgemeester en Johanna Broers Snip echtelieden binnen Franeker, kopen op 08-02-1785 een huis met hof, staande en gelegen op de Dijkstraat, met een vrije steeg ten westen waardoor het huis ten westen, bij Simon Dirks cum uxore als huurders bewoond, een vrije waterlozinge heeft, bij de verkopers bewoond, op 12 mei 1785 vrij te aanvaarden, belast met het onderhoud van straat, wallen, bruggen en pijpen, waterlozinge en riolen voorts met actien, lasten, profijten, servituten en gerechtigheden als van ouds, aldus in koop bekomen van Jacquis Garein (Garcin), VDM en philosophia doctor et linquae galliciae professor ordinaris en mevrouw Anna Elisabeth Reboulleaux echtelieden binnen Franeker voor de somma van 850 gg en 14 stuivers te betalen in baar geld en klinkende munt in twee termijnen op 12 mei 1785 en 2 november 1785.
1775 Jacques Garcin, V.D. Minister en A.S.M. philosophia doctor et linquae galliciae professor ordinaris aan Frieslands hoge school te Franeker en Anne Elisabeth Riboullea echtelieden binnen Franeker, kopen op 14-12-1775 een deftig huis met hof en massale steeg met het huis ten westen, staande en gelegen op de dijkstraat, met al wat daar aan aard, band, spijker en nagelvast is, de losse goederen als staande en liggende haardijzers, spijskamer en schoorsteenborden, bedsplanken voor zover die de verkoper toe behoren zullen in de koop versmelten, bij de echtelieden kopers bewoond en in huur voor 127 cg jaarlijks volgens huurcontract van 12 mei 1774, belast met actien, lasten, profijten, servituten en gerechtigheden en lantarengeld als van ouds, aldus in koop bekomen van Jacobus Terpstra philosophia doctor en rector gymnasia der latijnse scholen te Deventer voor de somma van 1700 cg te betalen in een termijn op 5 juli 1776 in baar geld en klinkende munt