Archieven: Eigenaars

<p>Beschrijving</p>
1853 Harmen Coenraads Kanninga, zadelmaker is op 28-04-1853 eigenaar
1831 Trijntje van der Molen weduwe van Coenraad Kanninga
1828 Coenraad Kanninga zonder beroep woonachtig binnen Franeker verklaard op 11-12-1828 uit de hand te verkopen en in ware eigendom over te dragen aan Simke Ytzens de Haan kooltjer te Franeker woonachtig, een stuk grond waarop gestaan heeft een schuur of werkhuis staande in de wijk TO 132 behoord hebbende en in gebruik bij de verkopers huis en erf staande en gelegen in de wijk TO 133, de grond strekt zich uit achter het erf van de koper TO 131, het stek van scheiding ten westen van het huis TO 131 lopende tot aan de scheidsloot zal voor gemeenschappelijke rekening afgestekt moeten worden vanaf de zijmuur ten noorden van des kopers huis rechtdoor tot aan de scheidsloot, de grond is dadelijk door de koper te aanvaarden met belastingen en bezwaren daarop leggende voorst belast met het mandelig onderhoud van straten, wal, bruggen, waterlozinge en sloten, aldus verkocht en over genomen voor de somma van fl. 50,- te betalen gelijk bij het tekenen der koopbrief.
1828 Durkje Meinderts Posthumus weduwe van wijlen Taeke Betzauw wonende te Franeker verklaard op 03-10-1828 uit de hand te hebben verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben en zulks doende aan Coenraad Kanninga zonder bedrijf wonende te Franeker een huis, achterhuis en erf, staande en gelegen nabij het roodbruggetje binnen Franeker in de wijk TO 133, door wijlen Frederik Giel bewoond geweest en voor de koper dadelijk vrij te aanvaarden, bevoorrecht met een vrije steeg ten noorden, aldus gegeven en in koop ontvangen voor de somma van fl. 672,- te betalen in alhier gangbaar grof zilvergeld in een termijn op 1 mei 1829, de verkoperse zal betalen de kosten over deze verkoop en overdracht en het huis wordt overgedragen in de staat waarin het zich bevind met de voor en nadelen daarop leggende als stads en rijks belastingen.
1807 Achterhuis wordt een geheel met voorhuis
1806 Frederic Giel, Mr. wever en Anna Christoffel Benijn kopen op 23-10-1806 een huis met erf, plaats en bleek of tuin staande en gelegen nabij het roodbruggetje binnen Franeker, bij de echtelieden kopers bewoond, begerechtigd met een vrije steeg ten noorden, vrij te aanvaarden op 12 mei 1807 waar vanaf de voor en nadelen voor de kopers zijn, belast met actien, lasten, servituten, gerechtigheden, mandeligheden en onderhoud van straten, wallen, bruggen, waterlozinge en lantarengeld, aldus in koop bekomen van Paulus Evert Scheltema, koopman voor de somma van 599 cg en 19 stuivers te doen betalen in een termijn bij het tekenen der koopbrief in alhier gangbaar zilveren geld zonder landschaps obligatien of voor geld gaande papieren.
1792 Nicolaas Everts Scheltema en Gesina Maria Nota voor de ene helft en Paulus Everts Scheltema, koopman,voor de andere helft kopen op 13-07-1792 van Pieter Lubbertus Formeer, Mr. blauwverwer te Bolsward een huis en blauwverwerij, bestaande uit een ruim voorhuis, een schone voorkamer met haard en bedsteed, twee kasten met glazen deuren ter zijde, ruime gang en achterkamer met twee bedsteden en een kast tussen beiden, een haardsteed, hebbende twee schuiframen uitziende op de plaats en een bloemtuin, een schone kelder, boven een ruime zolder en vliering, over de plaats een vuurkeuken met twee vuurkooien en voorts een grote verffabriek, voorzien van diverse blauwkuipen en ketels, hierachter een ruime turfschuur alwaar naast een drooghuis, als ook een groot afdak tot berging der gereedschappen, een bleek en een bloemtuin, een mandelige steeg ten zuiden en een vrije steeg ten noorden, voorts twee regenwaterbakken en drie putten, alles staande en gelegen bij het roodbruggetje. De kinderkribbe voor in de bedstee zal aan de bewoners vast blijven en is in de koop begrepen, evenals de schuttingen die tot aan de paardestallen staan en bij het verlaten van het huis niet mede mogen worden genomen alszo de wassende bloemen in de tuin. De kopers zijn verplicht om de houten schoorsteen, onlangs door den hevigen storm afgew aaid, voor den 12-5-1791 wederom op dezelfde hoogte, zo als voren geweest is, te laten maken en opzetten op des voorkamers schoorsteen, alsmede de dakpannen te laten bestrijken en de gebroken glazen te laten maken.
1781 Petrus Lubbartus Formeer, koopman te Bolsward, koopt een huis, verfwinkel en verdere gebouwen, staande en gelegen binnen Franeker, bij Jan Harings bewoond en in gebruik geweest, op 12 mei 1781 vrij te aanvaarden doch bezwaart met nog 10 jaren verhuur voor 50 cg jaarlijks, belast met actien, lasten, profijten, servituten en gerechtigheden als van ouds, de koper is verplicht de kuipen, ketels en alle gereedschappen en losse goederen behorende bij dit pand op taxatie over te nemen voor de somma van 1350 cg aldus in koop bekomen van Jan Dirks Dodinga, koopman voor de somma van 2000 cg te voldoen en betalen in baar geld en klinkende munt op 12 mei 1781.
1777 Winkel in voorhuis wordt weer woonhuis
1736 Voorhuis wordt winkel
1736 Jan Dirks Dodinga houtkoopman op zevenhuizen op het oost buiten Franeker, als man en voogd over zijn huisvrouw Beitske Pieters onder verband van goederen de rato caverende, koopt op 02-11-1736 een huis cum annexis, staande en gelegen op de Godacker nabij het klein brugje, bij Marijke weduwe van Lieuwe Martens in huur en bewoond tot 12 mei 1737, belast met 5 cg en 12 stuivers jaarlijkse grondpacht te betalen aan de koopman Jorritsma, onderhoud van straten, wallen, bruggen en pijpen en lantarengeld, aldus in koop bekomen van Frans Piers Reinsma koopman tot Franeker voor de somma van 470 cg te betalen in baar geld en klinkende munten in twee termijnen bij het tekenen der koopbrief 200 cg en op 12 mei 1737 270 cg.
1729 Frans Piers Reinsma, koopman