1830 Jacob Jans Grijpma kooltjer wonende op het vliet verklaard op 23-03-1830 verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben aan Ane Pieters Andringa erfgezetende en huisman wonende onder de jurisdictie van de stad Franeker, Theodorus Ensink katoendrukker, Georg Antoon Brommelei kooprman, Henricus Bootsma bakker, Pieter Visser koopman, Harmen Hendrik Lichtendal hoedenmaker en Jan Anthonius Jorritsma katoendrukker allen woonachtig binnen Franeker en gezamelijk de kerkvoogden van de rooms katholieke kerkgemeente te Franeker, een huis met erf staande en gelegen in de wijk TO 138 binnen Franeker, thans bij Sieds Aukes Koopal bewoond, aldus verkocht en over gedragen voor de somma van fl. 595,- nederlandsche guldens inbegrepen de losse goederen, te betalen in twee termijnen op 1 mei 1830 fl. 305,- en op 1 November 1830 het resterende bedrag en dat alles in goed gangbare klinkende munten, het perceel kan aanvaard worden op 12 mei 1830, de lands en stads lasten komen voor de kopers evenals de kosten van proclamatie en verkoop en overdracht, de koper zullen de huur voor het lopende jaar moeten betalen van het pand TW 57.
Archieven: Eigenaars
1830 Op maandag 11 januari 1830 in het koffiehuis van Elias Simons Wink te Franeker wordt bij openbare veiling te koop aan geboden door Jacobus Oosterloo mr zilversmid wonende te Franeker als gelastigde van zijn dochter mejuffrouw Hiltje Oosterloo zonder bedrijf woonachtig te St. Anna weduwe van wijlen de heer Jan Everhardus van Loon in leven openbaar notaris te St. Anna Parochie als hoedster en wettige voogdes over Femmigje, Jacobus, Everhardus en Johannes van Loon, bij haar man in de echt verwekt en allen minderjarige kinderen, Johannes van Gorkum kantoorbediende representerende Johannes Potter van Loon procureur bij de rechtbank te Appengedam in de provincie Groningen en wonende aldaar als toeziend voogd over de minderjarige kinderen voornoemd, Hiltje Oosterloo voor de helft en haar minderjarige kinderen als erfgenamen voor de wederhelft, een huis met erf staande en gelegen in de wijk TO 138 binnen Franeker van oudher “Het Peerdje” genaamd, het eerste bod wordt gedaan door Carel Theodorus Bolger deurwaarder bij het vredesgerecht canton Franeker met fl. 536,- Op maandag 25 januari 1830 in het koffiehuis van Elias Simons Wink te Franeker wijk TN 24 wordt het eerste bod door Jacob Jans Grijpma kooltjer wonende op het vliet verhoogd met fl. 50,- naar fl. 586,- voor het geheel waarop geen merdere verhoging plaats vindt en finaal aan de koper wordt toegewezen, te betalen in een termijn op of voor 12 mei 1830 in nederlandsche guldens.
1829 Jan Everhardus van Loon te St. Anna
1828 Jan Klases van den Bank, boelgoedroeper en kassier
1827 De erven van Rinse Sijbrens van der Merk
1815 Rinse Sijbren van der Merk, koemelker
1808 Antje Sijbes, weduwe van Sijbren Rinses van der Merk
1806 Siebren Rinses en Antje Siebes echtelieden binnen Franeker kopen op 23-12-1806 een huis en erf van oudsher ‘Het Peerdje’ genaamd, staande en gelegen in de wijk TO 138 te Franeker, bij Pieter Simons als huurder bewoond, begerechtigd met een vrije steeg lang het gehele huis ten noorden welk eigendom door een goot wordt gescheiden, het onderhoud van het stek aan de noordzijde tot zover het loopt langs de plaats van het naast gelegen huis, belast met het onderhoud van straten, wallen, bruggen en pijpen, waterlozinge, riolen en muren, de koper is gehouden aan vrije doorgang naar de stal ten zuiden achter het huis van Tjeerd Sjoerds Daams, de losse goederen bij het huis behorende zullen in de koop versmelten, aldus in koop bekomen van Tjeerd Banga, J.U. Doctor woonachtig te Franeker voor de somma van 900 cg te betalen in alhier gangbaar grof zilvergeld zonder lands obligatien of voor geld gaande papieren op 12 mei 1807 200 cg en vervolgens telkens op 12 mei 100 cg tot de gehele koopsom is voldaan.
1802 Tjeerd Banga, J.U. Doctor woonachtig te Franeker koopt op 28-02-1802 een deftig huis en erf,van ouds ‘Het Peerdje’ genaamd, staande en gelegen nabij de drie bruggen te Franeker, bij Lubartus Formeer bewoond geweest en direct na de finale palmslag te aanvaarden, begerechtigd met een vrije steeg lang het gehele huis ten noorden welk eigendom door een goot wordt gescheiden, het onderhoud van het stek aan de noordzijde tot zover het loopt langs de plaats van het naast gelegen huis thans bewoond door de predikant W. Verweij, voorts belast met het onderhoud van straten, wallen, bruggen en pijpen, waterlozinge, riolen en muren, de losse goederen zullen in de koop versmelten evenals de schade aan het perceel, aldus in koop bekomen van Hendrik Broersma te Driesum als curat. over de verlatene boedel van Evert Pieters Pijma voor de somma van 505 cg te betalen in zilveren klinkende munten zonder landschaps obligatien in een termijn op 1 mei 1802, de koper zal gehouden zijn om de onbetaalde lands en stads lasten op dit huis leggende welke niet door de eigenaar zijn betaald door zijn eigen schuld te betalen mits de eigenaar schuld bekend.
1800 Evert Pieters Pijma woonachtig te Franeker koopt op 10-05-1800 een huis, ‘Het Peerdje’ genaamd met stalling en schuurtje, staande en gelegen nabij de drie bruggen te Franeker, bij de verkoper bewoond en gebruik, vrij te aanvaarden op 12 mei 1800, begerechtigd met een vrije steeg lang het gehele huis ten noorden welk eigendom door een goot wordt gescheiden, het onderhoud van het stek aan de noordzijde tot zover het loopt langs de plaats van het naast gelegen huis thans bij de professor E Tinga als huurder bewoond, komt voor rekening van de eigenaar van dat huis, voorts belast met het onderhoud van straten, wallen, bruggen en pijpen, waterlozinge, riolen en muren, de koper kan het perceel vanaf 12 mei 1800 aanvaarden, bezitten en gebruiken, aldus in koop bekomen van Hendrik Broersma voor de somma van 525 gg en 7 stuivers te betalen in zilveren klinkende munten zonder landschaps obligatien op 25 juli en 1 november 1800
1798 Sipke Pieters Hoekstra, mr slager en Klaaske Folkerts van Gelder echtelieden te Franeker verklaren op 16-10-1798 verkocht en in ware eigendom overgedragen te hebben aan Hendrik Broersma, oud schoolmeester te Marssum thans woonachtig in Franeker, een huis ’t Peerdje’ genaamd en een stalling of wagenhuis en schuurtje, staande en gelegen binnen Franeker, bij de verkopers bewoond en in gebruik tot 12 mei 1799, de losse goederen die tot dit huis behoren zullen op taxatie van onpartijdige personen door de koper overgenomen moeten worden, de achterkamer en stal zal door de verkoper voor 1 mei 1799 opgeruimd moeten worden en daarna de koper kan gaan verbouwen, begerechtigd met een vrije steeg langs het gehele huis tot aan de noordzijde waar tot scheiding van de naasteleger een gootmond wordt onderscheiden, het onderhoud van het stek aan de noorzijde tot aan de plaats van naast gelegen huis, thans door dr Verweij als huurder bewoond, komt voor rekening van dat huis, aldus verkocht en overgedragen voor de somma van 1000 cg en 20 stuivers te betalen in klinkende munt in een termijn bij het tekenen der koopbrief
1776 Sipke Pieters Hoekstra, slager, en Klaaske Folkerts van Gelder kopen op 19-12-1776 een fraai huis en erf, van ouds het Peerdje genaamd, alsmede een schuurtje, staande binnen Franeker nabij de drie bruggen, bij de echtelieden kopers als huurders bewoond voor 60 cg jaarlijks, het gerief, het schuurtje en het staket bij de sloot achter dit huis en in redelijke staat bevonden, zal door de kopers onderhouden moeten worden, voorts moeten de kopers toestaan dat eigenaars ten noorden gebruik kunnen blijven maken van de pomppijp om water de pompen uit de put op het erf van dit huis en dat de koper er het nodige toe zullen doen om de pomppijp te onderhouden, verder zal er een nieuw staket gemaakt moeten worden lopende vanaf de straat door de steeg ten noorden langs het huis tot achter aan de sloot toe, aldus in koop bekomen van Daniel van Slotendijk, griffier van het college der admiraliteit van Friesland te Harlingen en Willem van Slotendijk, J.U. Doctor te Makkum alsmede van Mathijs Adolphs van Idzinge ontvanger de boelgoederen en oud secretaris van Harlingen, als gevolmachtigde van de gezamelijke erfgenamen van Taco Sloterdijk in leven woonachtig te Harlingen voor de somma van 600 gg te betalen in baar geld en klinkende munt in drie termijnen op 12 mei en allerheiligen 1777 en op 12 mei 1778.