1719 de heer Johan Ortwijn Westerbergh J.U. doctor en professor aan de universiteit binnen Franeker en vrouw Anna Geertuid de Wit echtelieden alhier ter stede kopen 03-03-1719 een deftig en groot en voortreffelijk huis met schuur, hof met bomen en planten, put, waterbak, ledige plaats, met twee sloten en hegstaketten gesepareert, staande en gelegen aan de stadsplaats binnen Franeker, bij de verkoperse bewoond en gebruikt, de ringmuur tussen dit huis en het huis van de vroedsman Langwolt is eigendom der stad Franeker, begerechtigd met een stem in het sjaardemaleen en het recht van zwanenjacht, de erven van wijlen Langewolt mogen geen lichtschepping op de plaats maken dan met consent, belast met het onderhoud van muren stekkagie, waterlozinge en en riolen, de kamer behangsels, kast en tafel op de zolder, kleerstokken, een grote boekenkast, een beste lessenaar met toebehoren in de voormalige studeerkamer, een klerenkast in de voorhuis, een grote stelling in de kelder, een hoenderhok in de schuur, staande en liggende haardplaten waarmede een losse opstaande plaat zijn niet bij de koop inbegrepen en moeten overgenomen worden voor 300 cg, aldus in koop bekomen van de juffrouw Catharina Schellekens weduwe van wijlen de heer Johannes Lemonon in leven professor aan de universiteit binnen Franeker voor de somma van 3290 cg plus 300 cg en alzo tezamen voor de somma van 3590 cg te betalen in baar geld en klinkende munt en geenzins met landschaps obligatien bij het tekenen der koopbrief 2000 cg en op nieuwjaarsdag 1720 1590 cg
Archieven: Eigenaars
1716 Catharina Schellekens, weduwe van Johannes Lemonon
1705 De juffrouw Catharina Schellekens huisvrouw van de professor Johannes Lemonon koopt op 16-01-1705 een groot en voortreffelijk dwarshuis met schuur, groot hof, twijn en ledige plaats, put en waterbak cum annexis en al het gene aard, band, spijker en nagelvast is, uitgezonderd de ringmuur tussen dit en het huis van de vroedsman Langwolt welke de stad toe behoort, alles staande en gelegen binnen Franeker aan de westkant van de stadsplaats, begerechtigd met een stem in het sjaardemaleen en pro quota het recht van zwanenjacht, de stoelen in de kerk blijven aan de verkopers, belast met actien, servituten, profijten, lasten en gerechtigheden, aldus in koop bekomen van Herman Alexander Roell en de juffrouw Cornelia Baijli echtelieden tot Utrecht voor de somma van 4200 cg plus de drie kamer behangsels in het huis aanwezig zijnde voor de somma van 300 cg en alzo te zamen voor de somma van 4500 cg te betalen bij het tekenen de koopbrief op 12 mei 1705
1693 Herman Alexander Roell, Theologie professor
1676 Tetje Gerroltsma en Hobbe Baerdt van Sminia
1661 Lucia van Walta en Cornelis van Aersen heer van Somelsdijck en Spijck, kolonel over een regiment cavelarie voor de ene helft en de jonkheer Jarich van Heerema capitein majoor over een regiment te voet infanterie voor een 3/10 part, de jonkheer Minne Houwerda van Mekema rechter te Appingedam als vader en voogd de juffrouw Jette Lucia van Mekema mijn dochter bij wijlen zijn huisvrouw Catharina van Heema in de echt verwekt voor 1/10 part, Douwe van Walta als curator over Durk (Ocke) van Doijum voor1/10 part, tezamen voor het geheel verklaren op 22-03-1661 bij deze uit vrije wil verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben aan Idzardus van Gerroltsma, gewezen rekenmeester deser provincie en tegemwoordig burgemeester der stede Franeker en zijn huisvrouw Ida van Baerdt, een zeker groot blauw leijendak dwarshuis, kelders, een grote roodpannen schuur, plaats en hof met bomen en een plantage, staande en gelegen aan den stadplaatse, thans bij de professor Joachim Frencelius als huurder bewoond en in gebruik die daaraan nog drie jaren huur heeft voor 110 cg jaarlijks, de vruchtbomen in de plantage met de grond van het hof daarachter en de twee sloten tot aan de staketten zijn bij de koop inbegrepen, de kopers zullen moeten regulieren voor het huis ernaast bij de notaris Pieter Alma nagelaten dat er geen lichtscheppinge op de plaats mogen scheppen dan alleen met concent van eigenaars, begerechtigd met een stem in het sjaardemaleen en de zwanenjacht, belast met actien, lasten, servituten, profijten en gerechtigheden als van ouds daartoe behorende, bezwaard met 55 stuivers jaarlijkse grondpacht en het onderhoud van staketten, muren, waterlozinge en andersins, verders het recht van grafsteden in de martinikerk, alzo gegeven en overgedragen voor de somma van 4900 gg te betalen in drie termijnen op 12 mei 1661, 1662 en 1663 dit alles in schadeloos geld.
1660 Op 29-12-1660 zijn de eigenaren: Lucia van Walta voor de helft en Jarich van Heerema voor 3/10 part, Minno Houwerda van Mekema als vader en voogd over Jette Lucia van Mekema in de echt verwekt bij Catharina van Heerema voor 1/10part, Douwe van Walta als curator over Durk (Ocke, Orck ) van Doijum voor 1/10 part, en Idzardus Frans Pieter van Gerroltsma en zijn vrouw Ida van Baerdt, allen erfgenamen van Botnia
1644 Luts van Botnia en Douwe Petrus van Walta
1553 Tjalling van Botnia, Swob van Botnia en Luts van Botnia, erven van Jarich van Botnia
1540 Jarich van Botnia, Grietman van Franekeradeel en Luts van Stania
1512 Stins met groot hof
1512 Tjallingh van Botnia en Froukje Jarichs van Hottinga