1714 Aagjen Lieuwes, weduwe van Sibout Langwolt
Archieven: Eigenaars
1701 Nieuwbouw deftig huis met tuin en erf
1701 Sibout Willems Langwolt, vroedsman en mr. chirurgijn
1683 Harmanus Duiff, mr. Chirurgijn en Hijlkje Agges Haringa, weduwe van Hendrik Maes
1668 Harmanus Duiff, mr. Chirurgus
1921 De spaarbank Franeker
1854 Diaconie Nederlandse Hervormde gemeente
1853 De heer Gijsbertus Schot, notaris wonende te Franeker verklaard op 15-11-1853 onder voorbehoud gekocht te hebben een herenhuis met tuin, wagenhuis en stalling, staande en gelegen binnen Franeker aan de stadsplaats Kad. Nr. Sectie A 702 in de wijk EW 1 te Franeker, een perceel Kad. Nr. Sectie A 703 en een tuin Kad. Nr. Sectie A 704, het perceel Kad. Nr. 702 met het noordelijke inspringende deel van het perceel 704 over de gehele breedte en lengte hebbende van nagenoeg 25 el doorlopende van de zuidoosthoek van de muur ter afscheiding aan de westzijde dienende tot op de hoogte van de noordwesthoek van het perceel 703, voor en ten behoeve van de heren diakens der nederlandsch hervormde gemeente te Franeker in hoedanigheid van voogden van het diakonie weeshuis te Franeker voor de somma van fl. 4571,- een der comparanten de heer Jildert Jellema ijzerhandelaar te Franeker lid van het college van diaken der hervormde gemeente te Franeker verklaard voor het weeshuis dat dit is aangekocht door de notaris en in koop geaccepteerd en Richolt Lonneman verklaard dat de eerste comparanten de koop hebben aanvaard en zij hun geldbedragen hebben ontvangen en hij het perceel Kad. Nr 703 heeft gekocht van de notaris Gijsbertus Schot voor de somma van fl. 1400,- .( in de marge wordt het volgende vermeld; in gevolge van het proces verbaal van finale toewijzing op de 14de deser maand over de koop in deser acte door vermelde notaris en getuigen zijn gepasseerd, verklaren de comparanten dat het voren gemelde proces verbaal niet bij hun bekend is en ook niet bij hun bekend is dat er een overschrijving ten kantoor van de notaris is gedaan en ook geen eigendoms overdracht is getekend.)
1853 Op maandag 31 october 1853 in de koornbeurs te Franeker wordt bij openbare verkoop te koop aangeboden door de gezamelijke erfgenamen van Oeke Adama, (namen niet ingevuld omdat het een zeer gecompliceerde zaak is en er ruim 20 personen met familie beschreven worden als erfgenamen plus de volledige inventaris van het perceel en de eigendommen van Oeke Adama beschreven worden, totaal dossier is 18 pagina’s. Een aantal erfgenamen zijn als wees inwonende bij Oeke Adama), een herenhuis met tuin en erf staande en gelegen aan de breedeplaats te Franeker in de wijk EW 1 Kad. Nr. Sectie A 702, bij mejuffrouw Oeke Adama bewoond en in gebruikt en met de dood ontruimt, begerechtigd met een stem in het sjaardemaleen en pro quota de zwanenjacht, op 8 december 1853 door de koper te aanvaarden, de koper zal de deur in de erfscheiding tussen dit en het volgende perceel mogen wegnemen, de spiegels in de schoorstenen van voor en tuinkamer, de kledingkasten in het portaal, de glazenkast in de kleine keuken, het kippenhok met de loop in de tuin worden niet mede verkocht, Ten 2de: een huis met wagenhuis en stalling, staande en gelegen naast het vorige perceel in de kerkstraat te Franeker, Kad. Nr. Sectie A 703, bij Coenraad Persch in gebruikt, op 12 mei 1854 te aanvaarden, de kopers van dit perceel zal de deur in de noorderlijke muur met het kozijn en raam weg moeten nemen en dichtmetselen, Ten 3de een tuin Kad. Nr. Sectie A 704 gelegen naast het 2de perceel, alsmede 4 graven op de begraafplaats buiten Franeker Kad. Nr. Sectie B 196, in vak A zijnde de nr. 95 en 97 en in vak B de nr. 218 en 219, de kosten bij deze verkoping als kamerhuur en verteringen, oproepen, zegels en billetten, redistratierechten en proces verbaal komen voor de koper, de hoed en noed gaan dadelijk na de finale toewijzing over op de koper, het geveilde wordt verkocht zo goed en kwaad het is met lusten en lasten, sevituten, gerechtig en mandeligheden daartoe en aan behorende, de heg tot scheiding tussen het 1ste en 2de perceel staande behoort bij het 1ste perceel, de koper zal de opening ontstaan door het wegnemen van de deur moeten dichtmaken hetzij door het planten van bomen en is gerechtigd de heg weg te nemen en een stek of muur voor zijn rekening te laten maken en te onderhouden, de bewoners van het 2de perceel zullen tot 12 mei 1854 de vrijheid hebben de voor hun gezin benodigde regenwater te halen uit de regenbal behorende bij het 1ste perceel, de muur aan de noordzijde van het 1ste perceel is eigendom van de stad Franeker, de koper zal verplicht zijn bij iedere oproeping van de collatoren van het sjaardemaleen een procuratie af te geven op zodanige persoon als welke hem door de uitvoerders der uiterste wilsbeschikking van de erflaterse Mejuffrouw Oeke Adama zal worden opgegeven ten einde bij die oproepingen al dat gene te verrichten wat de koper alsmede de collatoren zouden kunnen doen zonder enige beperking of speciaal beding, doch alleen tot zolang als een zoon van den heer Anastasius Josephus Bruinsma, zonder beroep, wonende te Leeuwarden met een gedeelte van het leen zal zijn begiftigd, het eerste bod op het 1ste perceel wordt gedaan door Frans Schaafsma zonder beroep wonende te Franeker met fl. 3363,- het bod op het 2de perceel wordt gedaan door Jozef Tombrock koopman wonende te Franeker met fl. 585,- Op maandag 14 november 1853 in het logement van der Pol te Franeker wordt het bod op het 1ste perceel verhoogt naar fl. 3963,- het bod op het 2de perceel wordt verhoogt naar fl. 718.- tezamen fl. 4681,- waarop Philippus Roorda bakker te Franeker het bod verhoogt met fl. 390,- wat door de notaris Gijsbertus Schot weer verhoogt wordt met fl. 900,- tezamen nu fl 5971,- te betalen in termijnen vanaf 1 januari 1854 in nederlandsche gulden en klinkende en alhier goed gangbare munt en geenzins met voor geld gaande papieren of effecten.
1810 Gerlofke Adama weduwe van Jetze Jetzes de Vries
1803 Froukje Adama en haar echtgenoot Dominicus Nicolaus van der Veen, Gerlofke Adama, Oeke Adama en de Reinelda Schultink, weduwe van Johannes Rijseveld
1784 Sipke Sipkes Adama en Christina Osse echtelieden binnen Franeker kopen op 06-01-1784 een buitengewoon groot, sterk en wel betimmert huis, koetshuis, paardestalling, knechtshuis en een groot hof, staande en gelegen aan de stadsplaats tot Franeker, tegenwoordig bij de verkopers bewoond en gebruikt doch op 12 mei 1784 vrij te aanvaarden, begerechtigd met een stem in het Sjaerdemaleen per qouta de zwanenjacht, het huis bestaat uit twaalf kamers waarvan twee ongemeen groot zijn met ieder twee grote haardsteden, hebbende rondom een zeer vermakkelijk uitzicht en een linnenzolder over het gansche huis, verders twee turfzolders, twee extra grote gewelfde kelders, een van oudsher aangelegd klein keldertje met doorgang naar elders, een grote keuken met een marmeren plaat, een grote tinkast en vereijschte commode tussen de kleine keuken met vuurstoofen, een regenwaterpomp met koperen kranen, een waschhuis met haardstede, plaats en bleek, een put met pomp op de plaats bij de keuken en verdere commoditeiten als een extra grote regenwaterbak, een schone grote bloementuin met een partere in welke de twee grote kamers haar uitzicht hebben, een gevloerde plaats rond de halve bloementuin, daarachter een groot en ruim koetshuis of wagenhuis en een stal voor vier paarden waarin een put met pomp, boven het koetshuis een grote hooizolder, naast de stal een knechtswoning met twee kamers en nog een kleine kamer met drie bedsteden, daarboven een turfzolder, verders een doorgang met een groot portaal en deur aan de straat, achter de stal een grote swindersplaats met een aschbak en ook een deur in de kerkstraat uitkomende, een zeer groot hof met allerfijnste boomvruchten, in de tuin een gemetseld zomerhuis, hebbende twee meest nieuwe gemetselde muren aan de stadsplaats in de kerkstraat, doch den ene muur ten noorden tegenover de herberg De Valck behoort de stad Franeker, de palen welke staan op het erf van de secretaris Martinus Meill, tot afhoudinge van de muur zijn aldaar precario volgens acte daar af zijnde, bij de koop inbegrepen zijn de spiegels in vergulde lijsten boven de schoorsteenhaarden, het goudleren behang in de twee grote kamers, doch de girandes aan de schoorstenen blijven eigendom van de verkopers,verders zullen alle losse goederen die aan de huizinge behoren op taxatie van twee onpartijdige personen moeten worden overgenomen en ontvangen, belast met actien, servituten, voorrechten en gerechtigheden zo en als de verkopers heeft toebehoord, aldus in koop bekomen van de weledele vrouwe Henrietta Wilhelmina Brockes- Muys en de wel edele gestrenge heer Joachim Wilhelmus Brockes voor de somma van 5215 gg en 7 stuivers te betalen in baar geld en klinkende munt zonder landschaps obligatien op 1 februari 1784 2000 cg en de resterende koopschat van 5301 cg op 12 mei 1784.