Archieven: Eigenaars

<p>Beschrijving</p>
1927 Verbouw winkel
1908 Op 29 April 1908 wordt door Geugjen Albertus Murray Bakker rechter van het kanton te Harlingen wonende te Harlingen het testament van wijlen Georg Hermanus Josephus Pruijt voorgelezen aan alle aanwezige erfgenamen zijnde, Catharina Cecilia Fluks weduwe van wijlen Georg Hermanus Josephus Pruijt manufacturierster te Franeker, voor zich en als moeder-voogdes over haar kinderen Alida Anne, Diederik Josephus, Anna Hendrica, Hermina Maria, Franciscus Hendericus, Hendrica Maria, Maria Antonia, Hermanus Antonius en Henriette Pruijt, mejuffrouw Elisabeth Alida Maria Pruijt zonder beroep wonende te Franeker, Johannes Leonardus van der Meer timmerman en aannemer woonachtig te Harlingen als toeziend voogd over de genoemde negen minderjarige kinderen optredende wegens de tegenstrijdigheid van hun belangen met die van hun moeder, de erfgenamen wensen over te gaan tot scheiding en verdeling van de goederen welke behoren tot de huwelijks gemeenschap de bestaan heeft tussen Catharina Cecilia Fluks en wijlen haar echtgenoot volgens acte opgemaakt op 23 januari jongstleden, de roerende goederen zullen worden toebedeelt voor de waarde waarop ze wettelijk zijn geschat en de effecten voor de waarde volgens de officiele prijscourant van 2 maart jongstleden, de onroerende goederen zullen worden toebedeelt voor de waarde daaraan toegekend door de heren Nicolaas Johannes Adema architect, Jacob Nijdam timmerman en Siebout IJsselmuiden bakkker allen woonachtig te Franeker, een winkelhuis met plaats en tuin aan de voorstraat te Franeker Kad. Nr. Sectie A 709, wat op 4 maart jongstleden werd geschat op fl. 5600,- ten 2de: een winkelhuis met bleek, tuin en steeg aan de voorstraat Kad. Nr. Sectie A 880, wat op 4 maart jongstleden werd geschat op fl. 3900,- de roerende goederen als winkelvoorraad, meubilair, lijfdracht en linnengoed, gouden en zilveren juwelen en werken alles tezamen geschat op fl. 7125,85, de effecten een obligatie groot fl. 2500 franc en een obligatie groot 500 franc ten laste van Rusland anno 1906 wat volgend de prijscourant van 2 maart jl waard is fl. 1320,- , Gerrit Statema timmerman te Tzummarum heeft een schuld aan erfgenamen van fl. 500,- evenals Siebout Jager koopman te Franeker fl. 1400,- alsmede een schuld van fl. 300,- wegens geleverde goederen, nu wijlen Abraham Sangers in leven winkelbediende te Franeker fl. 3,25, Hendrikus Jellema tasker te Midlum wegens geleend geld fl. 377, 50, Rein Smit te west terschelling wegens geleverde goederen fl. 400,- , Johannes van der Meer stuurman te west terschelling fl. 650,- wegens geleverde goederen, Elisabeth Brommeley weduwe van wijlen Diederich Joseph Pruijt fl. 3700,- wegens geleend geld, leveringen van goederen aan diverse personen tezamen fl. 2904,89, vorderingen wegens huur aan Albertus Cornelis Westerbaan fl. 17,57 Sixma onderwijzer te Franeker fl. 45,51, aanwezig in contant geld fl. 768,- in totaal is actief een bedrag van fl. 29766,65, verdeling wordt als volgt: Catharina Cecilia Fluks fl. 9763,04 waar af gaat de begrafeniskosten van fl. 324,44, de kinderen van wijlen Georg Hermanus Josephus Pruijt krijgen ieder fl. 934,86, Catharina Cecilia Fluks weduwe van wijlen Georg Hermanus Josephus Pruijt besluit om aan haar kinderen een hypotheek te verlenen van fl. 8413,- voor het huis Kad. Nr. 709 en 880 onder beding dat de goederen niet van aard of bestemming veranderd mogen worden zonder schriftelijke toestemming van schuldeisers, de erfgenamen verklaren geheel en in volkomen genoegen te hebben gescheiden en verdeelt en dat de toegescheiden zaken op de verkrijgster zullen overgaan zo groot en klein zo goed en slecht deze zijn met lusten en lasten zichtbare en verborgen gebreken.
1903 Renovatie woonhuis en winkel. Pand krijgt een nieuwe bovenverdieping met balkon
1882 demping scheidsloot
1865 Elisabeth Brommeley, echtgenote van Diederich Joseph Pruijt
1844 Eleonora Brommeley
1831 Georg Antoon Brommeley
1830 Kinderen van Georg Johan Brommeley
1820 Op maandag 18 december 1820 in het koffiehuis van Anne Jouws Buwalda te Franeker wordt in een openvare veiling te koop aangeboden door Jelle Banga geneesheer en Jan Bogtstra koopman beide te Franeker woonachtig als gelastigden van Petrus Scheltema en Maria Elisabeth van der Veen echtelieden wonende te Franeker, ten eersten: een hecht en wel ter nering staand huis staande en gelegen in de wijk EW 7 te Franeker, bij Petrus Scheltema en Maria Elisabeth van der Veen echtelieden bewoond, op 12 mei 1821 vrij te aanvaarden, bestaande uit een ruim voorhuis, een zijkamer, een klein vertrekje boven de zijkamer, een peikamer voorzien van een bedstee en haardstee, een ruime gang en kelder, een achterkamer met bedstee, haardstee en kasten, een keuken, een washok en kelderkamer voorzien van twee bedsteden, een achterbovenkamer voorzien van haardstee, bedstee en kasten, een turfzolder, een linnenzolder en vliering, achter het huis een plaats, bleekveld en hof, een regenwaterbak, put en verdere commoditeiten, Dirk Jellema heeft ter bede een deur en uitgang in hun stalling uitkomende op het erf van dit huis, gelijk ook een vensterslag welke vrijdom op last van de koper door de genieters moet worden afgestaan en alles in de vorige staat te herstellen, daar en tegen geniet dit huis bij toelating een waterlozinge op de plaats door de muur en vervolgens over het erf van Dirk Jellema tot wederopzegging, de voormalige bezitter van dit huis heeft het recht gedurende zijn leven om een dis of kraam op de straat voor dit huis te staan, maar voor hij dit recht uitoefent, welk spul hij ook verkoopt, moet hij ieder jaar fl. 5,- betalen aan de eigenaar van dit huis, de hoed en noed gaan direct over op de koper, de losse goederen zullen overgenomen moeten worden voor fl. 20,- , het geveilde huis moet door de koper worden ontvangen zo goed en kwaad deze zijn, bezwaard met het onderhoud van straten, wallen, waterlozinge, stekken en stads en andere lasten, voorts belast met actien, servituten, lasten, profijten en mandeligheden, het eerste bod van fl. 1851,- wordt gedaan door Pieter Locama koopman te Franeker. Op dinsdag 2 januari 1821 ten huize van Pieter Klases de Jager koffieschenker te Franeker wordt het eerste bod verhoogt naar fl. 2300,- door Hermanus Brons Hesse predikant te Dongjum en aldaar woonachtig als gemachtigde namens Georg Brommeley koopman wonende te Franeker die verklaard de koop te accepteren en de finale toewijzing te ontvangen, te betalen in alhier gangbaar grof zilveren nederlansche munt in drie termijnen op 12 mei 1821, 1822 en 1823 en de koper zal de kosten van adverteren, oproepen, tommelen, billetten, proces verbaal, zegels, afschriften, registratie en verteringen zijnde 5 cents van iedere goudgulden.
1821 Petrus Scheltema
1806 Eise Eppinga, koopman in galanterijwaren, en Grietje van der Helm echtelieden te Franeker kopen op 20-12-1806 een huis en tuin, staande en gelegen aan de zuidzijde van de voorstraat bij de boterpijp, bij wijlen oud burgemeester Klaas Mulder als eigenaar bewoond geweest, bestaande uit een ruim voorhuis, een voorkamer, een bovenkamer met bedstee, een peijkamer met daar achter de ingang naar de ruime kelder, een grote wel betimmerde achterkamer en een ruime en lange gang door het gehele huis met aan het eind een galerij met een deur naar de tuin. Achter de galerij een slaapkamertje en een vertrek met een keuken met een fornuis en andere gerieflijkheden. Vooraan in de gang een trap naar boven en aldaar ook een peijkamer met daarachter een provisiekamertje. Vervolgens een behangen achter bovenkamer met ernaast een grote ruimte voorzien van vaste kasten. Over het voorste gedeelte van het huis een ruime zolder en een vliering en over het achterste gedeelte alleen een zolder. Achter het huis een plaats voorzien van put, regenwaterbak, een vaste schotelbank en een secreet, verder een tuin beplant met verscheidene vruchtbomen. De losse goederen zullen versmelten in de koop, uitgezonderd de winkelkast met laden en de toonbank in het voorhuis staande, blijft eigendom van de verkoper. Jillert Jellema heeft een deur en uitgang in zijn stalling uitkomende op het erf van dit huis, gelijk hij ook heeft een vensterslag van vier voet in vrijdom. De waterlosing op de plaats door de muur en vervolgens over het erf van Jellema insgelijks, aldus in koop bekomen van professor Johannes Mulder professor lands hogeschool te Franeker voor de somma van 2470 cg te betalen in klinkende munt zonder landschaps obligatien of voor geld gaande papieren in twee termijnen op 1 januari 1807 en 1 mei 1807.
1806 Johannes Mulder, professor