1748 Thomas Sakes Tjepkema en Lijsbeth Martens
Archieven: Eigenaars
1739 Sake Tjepkes Tjepkema oud burgemeester der stad Franeker koopt op 17-04-1739 een huis cum annexis, staande en gelegen op de voorstraat, bij Gerrit Hanekroot als huurder bewoond tot 12 mei 1740, bezwaart met 1 gg jaarlijkse grondpacht te betalen aan de erven van mevrouw Ruitenhuis, aldus in koop bekomen van Elisabeth Hania huisvrouw van Oege Feenstra oud burgemeester van Sneek voor 1/3 part, Ulbo Hania burgemeester te Harlingen voor 1/3 part en Theodorus Halbertsma oud secretaris te Ternaard als vader en wettige voorstander over zijn zoon de predikant Schipio Halbertsma te Holwerd en zijn jonge dochter Sara Halbertsma te Holwerd voor het resterende 1/3 part en zo allen tezamen voor de somma van 337 gg te betalen in baar geld en klinkende munten in twee termijnen bij het passeren der koopbrief en op 12 mei 1740.
1727 Theodorus Halbertsma, Ulbo Hania en Lijsbeth Hania
1726 Ulbo Hania, vroedsman en Trijntje Tjeerds van der Form
1725 De erven van Sara Bouwens
1713 Sara Bouwens, weduwe van Pieter Ulbes Hania
1645 Opvallend smal en diep huis met kleine tuin. Vroeger deel uitmakend als koetshuis en stal van de Martenastins.
1645 Petrus Schotanus, apotheker
1941 Bauke Alkema, schoenmaker
1920 Verkoop westelijk deel pand aan de firma H Witte en zn te Harlingen, zie kad nr 2256
1903 Verbouw voorgevel
1900 Op 18 januari 1900 verklaard Bernardus Otto Ensink koopman en winkelier te Franeker verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben aan Taeke Wouters schoenmaker wonende te Franeker een woon en winkelhuis met plaats en bleek staande aan de voorstraat zuidzijde te Franeker Kad. Nr. Sectie A 2188, waarbij wordt gevoegd ca 14 vierkante meter van het naast gelegen perceel Kad. Nr. 2189, de steeg tussen het verkochte en het gemeentehuis van Franekeradeel en het aan die steeg aansluitend plekje grond wat vroeger bij het verkochte huis behoorde bleek daarvan afgescheiden doch dat thans weer me verenigd is, de koper die als huurder het pand reeds bewoond en gebruikt zal het dadelijk in eigen gebruik aanvaarden en heeft gelijk de hoed en noed en grondbelastingen en alle eigendoms lasten vanaf 1 januari 1900, de koper is verplicht het hoekje grond tussen de bij het verkochte gevoegde steeg en het bebouwde gedeelte van het perceel Kad. Nr. 2189 binnen 8 weken na de aanvaarding van het gekochte af te scheiden door middel van een half stenen muur die zo hoog zal worden als de koper nodig acht een licht en lucht raampje maken ter breedte en hoogte van 25 cm. De muren welke thans tot scheiding dienen tussen het verkochte en het van de verkoper behouden gedeelte van het Kad. Nr. 2189 met de daarop gebouwde schoorsteen wordt in eigendom en onderhoud massaal, het verkochte gaat over zo groot en klein, goed en kwaad het moge zijn en zoals de verkoper het bezat met zichtbare en verborgen gebreken, heerschende en lijdende erfdienstbaarheden, massaliteiten, lasten en lusten en bezwaren van onderhoud, aldus verkocht en over gedragen voor de somma van fl. 2800,- te betalen in een termijn op 1 februari 1900.