1895 De edel hoogachtbare heer meester Isaac Telting lid van den hogen raad der Nederlanden wonende te Gravenhage en den edel hoogachtbare heer meester Jan Willem Telting rechter in de arrondisementsbank te Zwolle en de vrouwe Lamberdina Henriette Telting weduwe van de weledel zeer geleerde heer doctor Eelco Verwijs wonende te Arnhem verklaren op 08-04-1895 verkocht te hebben aan Arjen Draisma de Vries burgemeester wonende te Achlum en Ane de Graad secretaris wonende te Franeker als vertegenwoordigers van het dagelijks bestuur der gemeente Franekeradeel en volgens raadsbesluit van 23 maart 1895 en goedgekeurd door de gedeputeerde staten van Friesland, een herenhuis met stalling, erf, tuin en boomgaard Martenahuis genaamd, staande en gelegen aan de voorstraat en uitkomende aan het west te Franeker Kad. Nr. Sectie A 1541 en Kad. Nr. 1835 tuin met boomgaard, begerechtigd met een 8ste in de collatie van het Sjaardemaleen en met zwanenjacht welke rechten op de koper overgaan, voorts bevoorrecht en bezwaard met zodanige lusten en lasten, heerschende en lijdende, zichtbare en onzichtbare erfdienstbaarheden en onderhouds verplichtingen, de kopers kunnen het aanvaarden op 12 mei 1895 met uitzondering van de kelders en stalling waarvan zij de lopende huur overeenkomst zullen moeten gestand doen, de fraaie tuin kan worden aanvaard op 12 mei 1895, de gaskroon in de zaal, de gasleidingen en meter, het wapenbord met hertekop, de portretten van Hessel van Martena en Sophia van Verwou en een schilderij voorstellende het vertrek van Karel II naar Engeland zullen in de koop versmelten, de grondbelasting is vanaf 1 mei 1895 voor rekening van de kopers, aldus verkocht en overgedragen voor de somma van fl. 8000,- te betalen in een termijn in klinkende munt op 1 januari 1896.
Archieven: Eigenaars
1885 Isaac Telting, lid hoge raad Gravenhage
1834 Albartus Telting, secretaris
1826 Mejuffrouw Tetje Telting meerderjarig en ongehuwd als vertegenwoordigde van wijlen haar vader Albartus Barthold Telting voor een 5de deel, Albartus Deketh substituut officier van justitie bij de rechtbank van de eerste aanleg zitting houdende te Leeuwarden en wonende aldaar als vertegenwoordigde van wijlen zijn moeder Gesina Barbara Telting voor een 5de deel, de heer Isaac Telting openbaar notaris wonende te Franeker voor een 5de deel, mejuffrouw Paulina Telting echtgenote van de heer Wijbrandus Jacobus Tenkink predikant bij de hervormde gemeente te Tzum wonende aldaar voor een 5de deel, de heer Paulus Cornelis Scheltema als gemachtigde bij procuratie van mejuffrouw Femma Margaretha Schallenberg weduwe van wijlen Albartus Scheltema winkelierse wonende te Kampen als moeder en voogdes over haar zoon Jan Scheltema geboren uit haar huwelijk met Albartus Scheltema geadsisteerd met de heer Johannes Tjaarda genees- heel en vroedsmeester wonende te Ferwerd als toeziend voogd over deze minderjarige , de heer Evert Scheltema Beduin koopman en commissionair voor binnenlandsche handel wonende te Amsterdam, de heer Johannes Tjaarda als vader en voogd over zijn minderjarige kinderen Paulus en Tetje Juliana Tjaarda geboren uit zijn huwelijk met Tetje Scheltema geadsisteerd met Paulus Everts Scheltema koopman wonende te Franeker als toeziend voogd over deze minderjarigen, Lucius Scheltema wonende te Franeker allen vertegenwoordigen van wijlen hun moeder en grootmoeder Sjoukelina Telting voor de overige 5de deel, verklaren 25-09-1826 als erfgenamen van wijlen hun moeder en grootmoeder Tetje Scheltema weduwe van wijlen Albartus Telting volgens testament over te gaan tot onscheiding en verdeling van vastigheden en bezittingen van de ouderlijke en grootouderlijke verkregen boedel, een huis met stalling en hof staande en gelegen binnen Franeker in de wijk EW 16, 17 en 18, begerechtigd met een 8ste in de collatie van het Sjaardemaleen en met zwanenjacht, hebbende in de martinikerk te Franeker een vrouwenbank zijnde de twee ten westen van het doophek en een dubbele bank voorzien van een kap aan de noordzijde van de kerk, de waarde van het huis wordt geschat op fl. 7000,- en toegekend aan Albartus Deketh, de totale waarde van alle bezittingen worden getaxeerd door Pier Johannes Goslinga erfgezeten wonende te Beers en Aise Hendriks Kuipers erfgezetene wonende te Ferwerd op fl. 76058, 47, gelegen in de provincie Friesland en Overijssel. (Een van de eigendommen is een weiland groot 2 bunders en 57 roeden, 20 ellen en 54 palmen de Galgenfenne genaamd gelegen ten oosten van Franeker. Willem van Ranouw koopt de galgenfenne op 5 maart 1771 van ao. Jonkheer Suick Gerrold Juckema van Burmania grietman van Wymbritseradeel, Willem van Raven grietman over west stellingwerf en Ruurd van Grovenstins luitenant colonel van een regiment infanterie) )
1802 Tetje Scheltema, weduwe van Albartus Telting
1781 Tetje Scheltema en Albartus Telting, advocaat
1778 Isaac Telting
1739 Elisabeth van Ranouw en Isaac Telting
1737 Maria Boncamp en Willem van Ranouw, mr chirurgijn
1731 Titia Bogarda, weduwe van Westerhuis
1694 Ingang wordt verplaatst naar de noordzijde van de stins d.m.v. een stenen trap naar de 1ste etage waarbij het raam naast de tweede deur van de oostelijke kelderwoning verdwijnt.
1694 Suffridus Westerhuis, Generaal der Domeinen van Frieslant, Burgmr. en Vroedsmanen Titia Bogarda kopen op 10-07-1694 een heerlijke adelijke huize, martena genoemd met kelders, achterhuis en royaale hovinge van Clemens Hermius curator bonorum te Groningen namens de erven Berend en Joost Coenders van Vervou doch der uitersten wilsbeschikking van wijlen Abel Coenders van Vevou is de jongsten zoon Joost onterfd en alleen zijn mogelijke kinders wel erfgenamen mogen zijn.