1739 Hendrik Lieuwes Posthumus te Dronrijp
Archieven: Eigenaars
1723 De erven van Lieuwe Lourens
1705 Marijke Hendriks Lauswal weduwe van Lieuwe Lourens stads metselaar
1910 Op 6 juni 1910 in het logement “De Valk ” te Franeker wordt in een openbare verkoop te koop aangeboden door Lieuwe Riemer Wijnia notarisklerk te Franeker als gelastigde van de jonkheer Rudolph Otto van Holte tot Echten woonachtig te Heemstede wegens de schuld van fl. 3000,- te vorderen van Sierd Eises de Vries kruidenier te Franeker op 1 December 1908 geleend van de jonkvrouwe Anna Geertruida van Holte tot Echten wonende te Wiesbaden weduwe van de heer Isaac Huguenin, op 23 April 1909 te Wiesbaden overleden, dat de schuldenaar in gebreke is gebleven om op 1 mei jongstleden aan zijn verplichtingen te voldoen en de deurwaarder Pieter Oostingh te Franeker op 28 mei 1910 aan schuldenaar heeft verzocht de schuld te voldoen en daaraan niet heeft voldaan, waarna er een openbare veiling is vermeld, een nieuw gebouwd woon en winkelhuis met pakhuis, plaats, regenwaterbak en massale put, staande en gelegen aan de zuiderkade op de hoek van de vossegatsteeg, Kad. Nr. Sectie A 2423 te Franeker, de grote toonbank, alle vaste en losse winkelstellingen in de etalage en planken in de winkel zijn bij de koop inbegrepen, behalve de koffiemolen op de toonbank, voor overname van zonneblenden, moet worden betaald fl. 18,- voor drie grote zonneschermen met laken fl. 7,- voor de kleine toonbank fl. 8,- voor de ijzeren krul en koperen knopjes boven de toonbank fl. 5,- voor de koperen gordijnhanger en roeden in de winkel fl. 25,- voor de drie rolgordijnen aan ramen en deur fl. 10,- en voor de winkelhandel fl. 75,- Ten tweede: een burgerhuis met plaats, regenbak en massale put staande in de vossegatsteeg ten noorden van het eerste pand, Kad. Nr. Sectie A 2422 te Franeker, de afscheidingen van de twee percelen is massaal, de percelen oud Kad. Nr. 1674, 1675, 1676 en 1777 zijn ook in eigendom van de schuldenaar, Pieter Zondervan als gelastigde van Joris Broers Soolsma wonende te Franeker, Broer Soolsma visserman wonende op bloemketerp, Tjeerd Soolsma arbeider, Pieter Zondervan letterzetter in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met Baukje Soolsma, allen te Franeker, Jetske Soolsma weduwe van Jan Walvis wonende in de jerichostraat nr. 20 te Rotterdam en Willem van der Goot timmerman wonende te Pretoria in de Termeulenstraat nr. 378 zuid afrika in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met Jantje Soolsma, alle te maken kosten zijn voor de koper, de grond en andere lasten zullen voor de koper ingaan op 1 juli, perceel 1 kan worden aanvaard en in gebruik voor hun genot op 22 juni om 12 uur, perceel twee is verhuurd aan de weduwe Bakker voor fl. 1,75 per week, het eerste bod voor beide percelen wordt gedaan door Dirk Fontein Reinerszoon met fl. 4271,- die het bod doet namens Jodocus Henricus Fontein technoloog wonende te Apeldoorn. Op 21 juni 1910 verklaard Dirk Fontein het bod te hebben gedaan als lastgever van Pieter Sietze van der Ploeg koopman wonende te Franeker aldus toegewezen, te betalen op of voor 1 November 1910.
1909 Afbraak en nieuwbouw van woonhuizen met werkplaats
1908 Op 19 juni 1908 verklaard Berend van der Meulen boekhouder woonachtig te Franeker en in vrije eigendom verkocht en over gedragen te hebben aan Sierd Eises de Vries houtzager wonende te Midlum vier woningen met erven staande op de hoek van de zuiderkade aan de westzijde van de vossegatsteeg Kad. Nrs. Sectie A 1674, 1675, 1676 en 1677 binnen Franeker, waarbij de verkoper verklaard geen bewijs van overschrijving van eigendom en hypotheek register te kunnen tonen, het verkochte kan dadelijk worden aanvaard in de staat en toestand waarin het zich bevindt met lusten en lasten, de lasten en belastingen zijn voor de koper verschuldigd vanaf 1 November 1910 evenals de kosten van deze akte en de wettelijke levering, aldus verkocht en gegeven voor de somma van fl. 3000,- te betalen op of voor 1 November 1910
1891 Op 7 November 1891 verklaard Berend van der Meulen kantoorbediende en winkelier wonende te Franeker wettelijk en deugdelijk schuldig te zijn aan de weledele heer Christiaan Marius Huguenin wonende te Bussum en zijn gelastigde Ludolph Reinier Fontein handelsreiziger wonende te Franeker, een som van fl. 3500,- geleend wegens aankoop van onroerende goederen te Franeker, in geval van gebreke der afbetaling zal het onroerende goed direct ter verkoop komen, betreffende de percelen Kad. Nr. Sectie A 2029, 1637, 3378, 1674, 1675, 1676 en 1677.
1871 Pieter Reins van der Meulen, deb. Staatsloterij
1859 Op 4 januari 1859 verklaren Leentje Jelles Tuinstra huisvrouw en Teije Osinga arbeider wonende te Franeker verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben aan Oepke Gilliam winkelier wonende te Franeker, een huis staande in de oude olijmolensteeg in de wijk EW 64 Kad. Nr. Sectie A 867, dit perceel is in eigendom der verkopers gekomen op 6 januari 1853, het verkochte wordt over gedragen zo goed en kwaad het is met actien, servituten, lusten en lasten, gerechtig en mandeligheden, de hoed en noed en het onderhoud gaan na het tekenen de acte gelijk over op de koper, de aanvaarding zal plaats kunnen hebben op 12 mei 1859, aldus verkocht en over gedragen voor de somma van fl. 340,- te betalen in een termijn bij het tekenen de koopbrief in klinkende alhier goed gangbare munt.
1853 Leentje Jelles Tuinstra echtgenote van Teije Osinga is op 06-01-1853 eigenaar
1811 Jelle Jacobs Tuinstra, kooltjer
1804 Luitzen Jacobs wonende op het vliet buiten Franeker, koopt op 06-09-1804 een huis staande in de oude olijmolensteeg binnen Franeker, bij Arjen Romkes cum socio als huurders bewoond tot 12 mei 1805 alsdan vrij te aanvaarden met alle voor en nadelen als van ouds, de hoed en noed gaan direct na de finale palmslag over op de koper, de losse goederen versmelten in de koop, aldus in koop bekomen van Tjebbe Hanenburg, koopman, en Nicolaas Lentz, Mr. bakker beide woonachtig te Franeker als gelastigde namens Eeke Douwes ongehuwde vrijster thans te Amsterdam voor de somma van 55 cg en 10 stuivers te betalen in alhier gangbaar zilvergeld zonder lands obligatien of voor geld gaande papieren op 22 November 1804.