Archieven: Eigenaars

Beschrijving

1805 Pier Theunis, mr grofsmid
1800 Janke Gerrits en Pier Theunis Ringsma mr grofsmid
1800 Kinderen van Gerrit Dirks
1799 Dieuwke Douwes weduwe van Gerrit Dirks
1759 Verbouw schuur tot timmerwinkel en smederij
1759 Gerrit Dirks, schuitevoerder te Welsrijp, koopt op 19-01-1759 een huis met erf en een schuur, het ‘pothuis’ genaamd waar voorheen een pottenbakkerij in is geweest, staande en gelegen in Franeker, bij Pieter Dirks als huurder in gebruik tot 12 mei 1761 voor 21 cg jaarlijks, het hok staande tegen de muur van het huis ten zuiden mag door de eigenaar van het huis ten zuiden gebruikt worden tot 12-5-1762, de schuur genaamd het ‘pothuis’ kan direct vrij worden aanvaard en gebruikt onder condities dat het huis en de schuur niet afgebroken mag worden en dat er een somma van 250 cg en 19 stuivers ten profijte komen aan de kinderen van Geeltje Jacobs Donia bij wijlen Feike Klases in de echt verwekt, zodra die de leeftijd van 25 jaren hebben bereikt, aldus in koop bekomen van Pieter Heeres, mr metselaar tot Franeker voor de somma van 350 cg te voldoen en betalen in baar geld en klinkende munt in twee termijnen bij de finale palmslag en op 12 mei 1760.
1758 Pieter Heeres, mr metselaar koopt op 22-12-1758 de helft van een huis, staande en gelegen nabij de Mauritsbrug, bij Pieter Dirks als huurder in gebruik, de wederhelft toebehorende aan de koper, aldus in koop bekomen van Tjitske Sibema weduwe van wijlen Jacob Heeres voor zich zelf en bij scheiding der boedel in eigendom gekomen voor de somma van 106 cg en 17 stuivers te voldoen en te betalen in baar geld en klinkende munten in een termijn bij het tekenen der koopbrief.
1755 Pieter en Jacob Heeres, mr. metselaars, kopen op 10-10-1755 een huis met erf, staande en gelegen bij de Prins Mauritsbrugge, bij Pieter Dirks als huurder bewoond, de kopers zullen een afscheiding moeten maken met de naastelegers zoals in de koopbrief wordt vermeld, aldus in koop bekomen van Johannes Wouters, ratelaar en poortwachter en Gepke Engelbartus echtelieden, voor de somma van 130 gg te betalen in in baar geld en klinkende munten in drie termijnen bij het tekenen der koopbrief en op 12 mei 1756 en 1 november 1756.
1754 Men laat een ieder weten dat Geeltje Jacobs Donia, weduwe van Feike Klases, als moeder en wettige voorstander van haar minderjarige kinderen bij wijlen haar man in de echt verwekt, tot redding van haar zaken en betalingen van haar schulden waarmee zij en haar kinderen zijn belemmert en in die qualiteit het gerecht op 03-05-1754 heeft gezegd te presenteren te verkopen bij het uitgaan der laatste brandende kaars en het daarna ligten van de zegel uit den wasse en alzo bij decreet en approbatie van het edel gerecht der stede Franeker, te verkopen; eerstelijk een huis staande en gelegen nabij de prins mauritsbrug, bij Johannes Gerrits als huurder bewoond tot 12 mei 1755 voor 19 cg jaarlijks huur, waarop door Johannes Wouters, ratelaar en poortwachter, een proefbod is gedaan van 64 gg en 14 stuivers, wie daaraan gadinge heeft kan komen op het raadhuis in de stad Franeker en bij het uitgaan der laatst brandende kaars bij derde proclamatie zal bekend worden gemaakt de naam des koper en als er iemand is die denkt hier tegen in te gaan kan dat onmiddellijk kenbaar maken bij de raad van oppositie. Johannes Wouters wordt de nieuw eigenaar.
1746 Geeltje Jacobs Donia, weduwe van Klaas Feikes
1731 Feike Klases, pottenbakker en Geeltje Jacobs Donia
1730 Antje Faases weduwe van Klaas Feikes