1842 Jan Jacobs Grijpma, kooltjer
Archieven: Eigenaars
1824 De erven Hendrik Watzes Kamminga
1819 Trijntje Pieters Pook, weduwe van Hendrik Watzes Kamminga
1812 Hendrik Watzes Kamminga, arbeider en Trijntje Pieters Pook
1800 Geertruida Voogd, weduwe van Pieter Pieters Pook
1790 Pieter Pieters Pook, Mr. metselaar en Geertuida Voogd kopen op 05-01-1790 een huis met erf, staande en gelegen op het Nieuwe Hof tussen de kerkstraat en de lijnbaanbrug, bij Pieter Jobs weduwe bewoond, belast met 42 stuivers jaarlijkse grondpacht te betalen aan de stads armenvoogden, aldus in koop bekomen van de weledele heer Rudolf Nauta, Juridisch doctor voor de somma van 100 gg te betalen op 14 februari 1790 in klinkende munten.
1788 Dr. Rudolf Nauta koopt op 20-04-1788 een huis en hof, staande en gelegen aan de zuidkant van het nieuwe hof tussen de lijnbaansbrug en de kerkstraatbrug, bij verkopersche bewoond tot 12 mei 1788, begerechtigd met een vrije steeg ten westen, aldus in koop bekomen van Trijntje Bartels weduwe van wijlen Pieter Jobs voor de somma van 151 gg te betalen in een termijn bij het tekenen der koopbrief.
1785 Trijntje Bartles weduwe van Pieter Jobs
1783 Pieter Jobs en Trijntje Bartles kopen op 14-03-1783 een huis met erf, staande en gelegen in het nieuwe hof, bij verkopers bewoond tot 12 mei 1783, belast met 42 stuivers jaarlijkse grondpacht te betalen aan de stads armenvoogden, aldus in koop bekomen van Gerben Pieters en Antje Pieters echtelieden tot Franeker voor de somma van 240 gg en 7 stuivers te betalen in baar geld en klinkende munten gelijk bij het tekenen der koopbrief.
1770 Gerben Pieters, timmerknecht in lands werk te Franeker en Antje Pieters, echtelieden, kopen op 14-09-1770 een huis met hof en zomerhuis, staande en gelegen in het nieuwe hof, bij de verkoper bewoond geweest, de kopers hebben het recht van verhuur voor 10 jaren ingaande 12 mei 1770 tot 12 mei 1780 voor 22 cg jaarlijks, bezwaart met 2 cg en 2 stuivers jaarlijkse grondpacht te betalen aan de stads armenvoogden, voorzien van een regenwaterbak, put en een vrije steeg, aldus in koop bekomen van Jacobus Ruitenbach, opzichter van lands werken te Franeker voor de somma van 500 cg te betalen in baar geld en klinkende munten bij het tekenen der koopbrief 150 cg en op aller heiligen aanstaande 150 cg en het restand van 200 cg op 12 mei 1771.
1761 Jacobus Ruitenbach, mr timmerman en opzichter lands werken koopt op 01-02-1761 een huis met erf, staande en gelegen in het nieuwe hof, bezwaart met 42 stuivers jaarlijkse grondpacht, aldus in koop bekomen van Geertje en Trijntje Pieters, meerderjarige vrijsters en hun moeder Dieuwke Siebouts weduwe van wijlen Pieter Tjallings voor de somma van 180 gg te voldien en betalen in twee termijnen in baar geld en klinkende munten op 12 mei en 12 november 1761.
1751 Akke Jeltes weduwe van Tjalling Pieters, pannenbakker