Archieven: Eigenaars

Beschrijving

1774 Tjeerd Sjoerds Koster, schipper
1764 Sjoerd Tjeerds Koster, schipper
1756 Trijntje en Antje Reinders kinderen van Reinder Doekes
1752 Feikje Feikes weduwe van Reinder Doekes
1740 Reinder Doekes en Feikje Feikes echtelieden tot Franeker kopen op 01-04-1740 een deftig huis met hof, staande en gelegen in het nieuwe hof, bij Johannes Simons Ouda als huurder bewoond en in gebruik tot 12 mei 1740, belast met 2 gg jaarlijkse grondpacht, aldus in koop bekomen van Pieter Hemmes mr timmerman en Johanna catharina Coerts echtelieden tot Franeker voor de somma van 200 cg te betalen in baar geld en klinkende munte in een keer bij het tekenen der koopbrief.
1730 Ulbe Dirks woonachtig te Franeker, verklaard en bekent op 18-12-1730 in ware eigendom over gedragen te hebben aan Harmanus Cleisma, procureur fiscaal van Barradeel en woonachtig tot Franeker, een gerechte helft van een braaf huis met hof cum annexis, staande en gelegen in het nieuwe hof, bij Johannes Simons Ouda in dit deel bewoond voor een jaarlijkse huur van 13 cg, belast met 2 gg jaarlijkse grondpacht, aldus verkocht en gegeven voor de somma van 33 gg te betalen in baar geld en klinkende munten in drie termijnen op 12 mei 1731, 1732 en 1733.
1730 Aafke Arents Ferwerda weduwe van wijlen de procureur fiscaal Fredericus Bacherag voor mij en als moeder en wettige voorstander over mijn minderjarige kinderen bij wijlen mijn man in de echt verwekt erfgenamen van hun vader in die qualiteit, bekent en verklaart op 19-01-1730 bij deze verkocht en in ware eigendom over gedragen te hebben aan Ulbe Dirks woonachtig tot Franeker mijn gerechte helft van een royaal huis met hof cum annexis, staande en gelegen in het nieuwe hof, wordende tegenwoordig deze helft door Tjeerd Beerns cum exore als huurders bewoond voor een huur van 14 cg jaarlijks tot 12 mei 1730, belast voor het geheel met 2 gg jaarlijkse grondpacht, alzo verkocht en gegeven voor de somma van 55 gg te betalen in baar geld en klinkende munten in drie termijnen op 12 mei 1730, 1731 en 1732.
1728 Harmina Jans te Leeuwarden en Fredericus Bacherach te Franeker, procureur fiscaal voor de provincie Friesland
1725 Harmina Jans en de erven van Appelonia Sufarius te Leeuwarden
1721 Harmina Berends weduwe van wijlen Jan Jansen Kalmeijer woonachtig binnen Leeuwarden bekent en verklaart op 21-04-1721 verkocht, over gedragen en getransporteerd voor mij en mijn erfgenamen, naar mij en zulks doende in kracht dezer aan Appolonia Sufarius weduwe van wijlen Horatius van Huysum woonachtig binnen Leeuwarden, mijn gerechte helft van een huis met hof cum annexis bestaande uit een grote boven en benedenkamer, voorkamer, keuken, een voorhuis, plaats, put, regenwaterbak en tuin, bij de juffrouw Albertina Cup bewoond, belast voor het geheel met 2 gg jaarlijkse grondpacht, alzo gegeven en verkocht voor de somma van 160 cg, doende te betalen in baar en gereed geld en klinkende munten in een termijn, de kosten van het proclameren, de brief schrijven, de bode, de trommelslager en verteringen zullen door verkoper en koper ieder voor de helft betaald moeten worden, de koperse mag alleen de bovenkamer gebruiken, achter benedenkamer, de keuken, voorhuis en hof zal mandelig zijn met de huurders in gebruik.
1713 Harmina Vlaming, koopvrouw te Leeuwarden en Hendrik Bloem te Leeuwarden
1940 Age Gerrit Miedema, koopman en broodventer