1828 Op maandag 18 februari 1828 in het logement van de weduwe van Pieter Klases de Jager aan de breedeplaats in de wijk TO 111 te Franeker wordt in een openbare veiling te koop aangeboden door Jan Mulder apothecaris wonende te Franeker als voogd, Pieter Meintes Pook metselaar wonende te Franeker als toeziend voogd over de minderjarige mede eigenaarse Aaltje Rinses Wiegersma, de meerderjarige mede eigenaars Jeltje Rinses Wiegersma ongehuwd wonende te Leeuwarden en Thomas Rinses Wiegersma fourier bij een der afdelingen infanterie in dienst van zijne Majesteit de Koning der Nederlanden , thans in garnizoen te Groningen, vier kamerwoningen zijnde EW 70, 71,72 en 73, begerechtigd met het gebruik en onderhoud van de put in de steeg massaal met de diakonie en Pieter Meintes Pook, de percelen worden overgedragen en ontvangen in zodanige staat van onderhoud, gebruik en woonbaarheid waarin zij zich thans bevinden, bezwaart en belast met actien, lasten en servituten en geheel of mandelig onderhoud van straten, wallen, stegen, bruggen en pijpen, stekken, muren, riolen en waterlozinge, het eerste bod wordt gedaan door Sjoerd Douwes Obbema verver wonende op het vliet met fl. 212,-  waarop door Harmen Jans van der Schaaf timmerman fl. 215,- wordt geboden voor het geheel, Op maandag 3 maart 1828 in het logement van de weduwe van Pieter Klases de Jager aan de breedeplaats in de wijk TO 111 te Franeker wordt het bod van Harmen van der Schaaf niet verhoogt en verklaard mede namens zijn vrouw Johanna Sipkes Westra de koop te accepteren en te betalen in twee termijn op 12 mei en 1 November 1828 in nederlandsche guldens.