1718 Trijntje Daams zeer eerbare winkelierse binnen Franeker en weduwe van wijlen Jan Fransen koopt op 02-01-1718 een wel ter nering staand huis, staande en gelegen op de hoek van de oliemolensteeg tot Franeker, bestaande uit twee beneden en een opkamer, voorhuis, keukentje, zolder en waterbak, de kamer van Gatze Pieters heeft het recht van een vrije toegang naar de waterbak zonder meerder gebruik van het keukentje en gemak te hebben, begerechtigd tot het mede gebruik van de put in de steeg, hebbende met Gatze Pieters het mandelige gebruik van de zuider achtergevel, bij Ype Sjeukes mr smid als huurder in gebruik, belast met het quoteel onderhoud van de groene brug en opslag van het achterhuizen in de steeg en op de wal, voorts met actien, lasten, profijten, servituten en gerechtigheden zoals van ouds, uitgezonderd met wat aan de smederij toe behoort en de houten vliering boven het voorhuis en al het gene Ype Sjeukes eigen is zal hij mede mogen nemen, aldus in koop bekomen van Antje Scheltes huisvrouw van Jan Koerts adsistent van Smallingerland te Oudega als testamentair erfgename van Aafke Wietzes weduwe van Pieter Scheltes voor de somma van 150 gg te betalen in klinkende munten en met gene landschaps obligatien in drie termijnen op 12 mei 1718, 1719 en 1720, de kosten van het proclameren, verteringen, tromslaan en oproepen, billetten, schrijf en registratiebrieven komen voor de koperse.