1709 Aafke Watzes weduwe van wijlen Pieter Scheltes mr. Schuitmaker binnen Franeker, voor zich en haar erfgenamen bij testamentaire erfgenamen van wijlen haar man, verklaard op 26-04-1709 verkocht en in vaste eigendom over gedragen te hebben aan Hendrik Jansen Campenaar en Dieuwke Pieters echtelieden burgers binnen Franeker, een schoon en wel gelegen huis cum annexis, bestaande uit verscheidene kamers en timmerhuis, staande en gelegen aan de zuidkant van de schilbanken tot Franeker, lopende van voren van het diept tot achter aan de stadswal, hebbende een vrij steeg ten westen, belast met 24 stuivers jaarlijkse grondpacht en behoorlijke huisfloreen en actien, servituten en gerechtigheden, het huis ten westen aan de steeg heeft de vensterslag van de loods en het stoepje dat blijft zoals het tegenwoordig is, evenals de waterlozinge van het huis ten oosten in de zijwand, met de vensterslag van de bovenkamers hebbende boven het dak van dit huis zoals van ouds zijn blijvende, het erf achter dit huis blijft zo breed als het afdakje en het stoepje tot aan de stadswal toe zoals het tegenwoordig is afgestekt, het stek moet door de eigenaar van de kamer aan de stadswal ten oosten worden onderhouden, de verkoperse heeft het recht om tot 12 mei 1710 vrij te wonen op de bovenkamer, alzo verkocht en gegeven voor de somma van 325 cg en een dubbele ducaat, te betalen in baar geld en klinkende munt en geenzins met lands obligatien in drie termijnen op 4 juli 1709, 12 mei 1710 en 1711.