1888 Op maandag 27 februari 1888 in het logement van castelein Mintje de Jong te Franeker wordt in een publieke veiling te koop aangeboden door Andries Hermanus Severein kantoor bediende wonende te Franeker als gelastigde van mejuffrouw Tjamke  Koster weduwe van Lammert Jacobs Osinga wonende te Hardegarijp, als enige erfgename van wijlen haar man overleden op 30 December 1887, een winkelhuis met erf, staande en gelegen op het west Kad. Nr. Sectie A 1673, thans in huur bij de heer Prinsen voor fl. 160,- per jaar, die de toonbank, de ijzeren hanger daarboven, het stekje op de toonbank en de winkelstelling voor het venster zijn niet in de koop inbegrepen, het gekochte wordt over gedragen en aangenomen zo goed en kwaad, groot en klein, oud en nieuw het is met al de daaraan verbonden lusten, lasten, heerschende en lijdende erfdienstbaarheden, zichtbare en verborgen gebreken, het tweede en derde perceel en het voorste deel van het vierde perceel zijn te aanvaarden op 12 mei 1889 en het achterste gedeelte van perceel vier op 12 mei 1891, het voorste gedeelte van perceel vier in huur bij Meinte Sejbesma voor fl. 70,- en het achterste deel in huur bij Dirk Agema voor fl. 75,- per jaar, het eerste bod wordt gedaan door Pieter du Bois timmerman te Franeker met fl. 1255,- op het derde perceel bied Pieter du Bois fl. 1650,- op het vierde perceel bied Jacob Alberts van der Meer schipper fl. 1075,- Op maandag 12 maart 1888 in het logement van castelein Mintje de Jong te Franeker worden de geboden bedragen niet meer verhoogt en volgt de finale toewijzing te betalen op 1 mei 1888 in klinkend nederlands geld.