1799 Keimpe Hendriks, koopman woonachtig op Kingmatille onder Zweins, koopt op 22-03-1799 een wel betimmerd huis, hof en zomerhuis cum annexis, staande en gelegen aan de dijkstraat binnen Franeker, bij de verkoperse bewoond, bezwaard met een waterlozinge van het huis ten westen langs de steeg van dit huis, voorts met actien, lasten, profijten, servituten en gerechtigheden als van ouds, de verkoperse behoud het recht van vrije inwoning tot 12 mei 1800, de koper heeft de vrijheid om gedurende de inwoning van de verkoperse de zaal op eigen kosten te vertimmeren tot zijn eigen genoegen, de verkoperse zal na het verlaten op 12 mei 1800 glas, deur, dak en vensters dicht zal moeten verlaten zoals een brave huurder betaamt, lands en stads lasten van rieel en lantarengeld zijn voor de koper, de losse goederen tot dit huis behorende zal door de koper overgenomen moeten worden voor 6 cg en 6 stuivers, aldus in koop bekomen van Titia Lubbers weduwe van professor Laurentius Meijer voor de somma van 1100 cg te betalen in klinkende munt zonder lands obligatien op 12 mei 1799 300 cg en de resterende 800 cg op 12 mei 1800.