1772 Hendrik Minnema, koopman, koopt op 25-04-1772 een zeer deftig huis met erf, staande en gelegen nabij de Prins Mauritsbrug, bij de weduwe van Gerben Pieters en Pieter Gerbens bewoond, het secreet staande onder het afdak van het huis ten noorden moet alleen door de koper worden onderhouden evenals de waterlozing van dat huis, de zolder van dit huis zover als die oversteekt boven de keuken van het huis ten noorden alsmede de twee schoorstenen uit de keuken, de zijmuur tussen deze twee huizen en de loden goten zullen massaal onderhouden moeten worden, de losse goederen bij dit behorende zullen op taxatie over genomen moeten worden en contant betaald op 12 mei 1772, aldus in koop bekomen van Marijke Garama weduwe van Tamme Johannes, Kenou Garama en haar man Doede Dirks boendermakersknecht te Harlingen, Gerrit en Abraham Garama en Taetske Garama, ongehuwde vrijster, allen erfgenaam van wijlen hun vader Nicolaas Garama, in leven schoolmeester en organist, voor de somma van 221 gg te betalen in baar geld en klinkende munt in twee gelijke termijnen bij het tekenen der koopbrief en op 1 november 1772 de andere helft.