1854 Op maandag 11 December 1854 in het logement van der Pol te Franeker wordt in een openbare veiling te koop aangeboden door Abe Cuperus klerk der stads secretarie wonende te Franeker als gelastigde van Cornelia Jelles Staalstra weduwe van Broer Abes Cuperus wonende te Franeker, Dettje Cuperus echtgenote van Doede Attema goud en zilversmid wonende te Leeuwarden en Ynze Wiebes Radersma castelein wonende te Franeker, een huis met bleekveld en erf, staande en gelegen in de oude olijmolensteeg in de wijk EW 60 Kad. Nr. Sectie A 431 en 432, hebbende een steeg ten zuiden waarlangs de stad Franeker voor de achter leggende grond doorgang en opslag heeft, verleend op 21 maart 1831, benevens het noord westelijk gedeelte van de bleek naast het huis gelegen en deel uitmakende van het perceel Kad. Nr. Sectie A 866 in eigendom bij Oepke Gilliam die ook eigenaar is van de huizen rondom de bleek gelegen maar niet eigenaar is van de bleek bij het geveilde behorende, de kosten van advertentien, billetten, om en oproepen, proces verbaal, zegels, registratie en verteringen zijn voor de koper, de hoed en noed gaan dadelijk na de toewijzing over op de koper, de aanvaarding kan plaats hebben op 12 mei 1855, het geveilde wordt verkocht zo goed en kwaad het is met lusten, lasten, servituten, gerechtig en mandeligheden, het bestaande secreet wordt niet mede verkocht maar zal door de zorg van het gemeentebestuur weg gebroken worden en op de grond die toebehoort aan de stad zal een openbaar secreet worden gemaakt alsmede een vrij secreet voor de koper van het geveilde huis, beide secreten zullen door het gemeentebestuur onderhouden worden die ook zorg zal dragen voor het legen van de kalkput, het eerste bod wordt gedaan door Johannes Boorsma winkelier en horlogemaker wonende te Franeker met fl. 267,- Op maandag 18 December 1854 in het logemet “De Zon” van castelein van der Zee wordt het eerste bod niet verhoogd en wordt het perceel toegewezen aan Johaanes Boorsma winkelier en horlogiemaker wonende te Franeker die verklaard het bod te hebben gedaan namens Pieter Magre tasker wonende onder Franeker, te betalen in klinkende alhier gangbare munten zonder voor geld gaande papieren of effecten op 1 mei 1855.